zorgen voor Brusselaars jong, oud met of
zonder beperking

We willen een stad die zorgt voor zijn inwoners. Vandaag wort die zorg bemoeilijkt door de complexiteit van het zorglandschap. Niet minder dan zes overheden werken in Brussel door, en helaas vaak naast elkaar op gebied van zorg: de gemeenschappen, de gemeenschapscommissies, de GGC én de federale overheid. Dat zorgt voor absurde situaties: zo hebben we nog altijd geen duidelijk idee of alle Brusselaars zich laten screenen op darmkanker omdat de Vlaamse en de Franse Gemeenschap niet samenwerken op vlak van preventiebeleid. Of zijn er wachtlijsten bij de thuiszorgdiensten die worden gefinancierd door de GGC en de COCOF maar raken de plaatsen die worden gesubsidieerd vanuit de Vlaamse Gemeenschap niet ingevuld omdat ze duurder zijn.
Bovendien is er nog veel onduidelijkheid over de concrete uitrol van een aantal nieuwe bevoegdheden in Brussel. Wat zijn gevolgen voor Brussel als straks de Vlaamse Sociale Bescherming (VSB) in al haar facetten wordt doorgevoerd? Zullen Brusselaars zonder VSB in de toekomst nog toegang hebben tot erkende Vlaamse zorginstellingen? En blijven die instellingen wel rendabel als de Vlaamse Gemeenschap overstapt naar een systeem van persoonsvolgende financiering?
Allemaal voorbeelden van hoe het Brusselse zorglandschap wordt gekenmerkt door versnippering, onduidelijkheid en een gebrek aan coherentie en efficiëntie. Vandaag wordt er door de verschillende overheden een parallel beleid gevoerd. Dat is niet alleen duur, maar ook verwarrend voor mensen die zorg nodig hebben en zelfs gevaarlijk. Er is geen overzicht van welke patiënten of doelgroepen door welke overheid worden opgevolgd. Vooral de meest kwetsbaren dreigen tussen de mazen van het net te vallen.
De toegankelijkheid van de Brusselse zorginstellingen blijft sowieso een belangrijk aandachtspunt: nog altijd stelt meer dan één vijfde van de Brusselaars zorg uit om financiële redenen. In Vlaanderen is dat 5%, in Wallonië 9%. Dit cijfer loopt op tot bijna 1 op 2 voor de Brusselaars met een laag inkomen.
We gaan voor sterke, kwaliteitsvolle en geïntegreerde zorg waar de mensen centraal staan en die betaalbaar is voor iedereen. We willen een Masterplan Zorg voor Brussel met een duidelijke regierol voor het gewest. Dat brengt alle betrokken overheden rond de tafel voor een coherente zorgstrategie op maat van Brussel, waarbij alle overheden zich scharen achter dezelfde doelstellingen en zoveel mogelijk samen en complementair werken op vlak van preventie en sensibilisering, eerstelijnsgezondheidszorg, ziekenhuisbeleid, geestelijke gezondheidszorg, ouderenzorg én chronische ziekten en verslavingen. De reeds bestaande expertise van organisaties zoals het Kenniscentrum welzijn, wonen, zorg en het BOP – Brussels ouderenplatform, Huis van Gezondheid e.a. is daarbij een uitstekend vertrekpunt.
Dit moet leiden tot een centraal gecoördineerd, tweetalig gezondheidsaanbod voor alle Brusselaars, waar interdisciplinair wordt samengewerkt.

Gezondheidszorg voor iedereen

  • De beste gezondheidszorg is de zorg die vermeden wordt. Gecoördineerde sensibilisering, preventieve screenings en versterkte gezondheidsvaardigheden kunnen de zorgvraag van de Brusselaars verminderen.

  • Sensibilisering is vandaag vaak niet aangepast aan de grootstad en haar diversiteit, waardoor de sociale ongelijkheid binnen de gezondheidszorg niet efficiënt wordt bestreden. Communicatie en promotie moeten herkenbaar zijn voor mensen in armoede en voor mensen met een migratieachtergrond. Scholen zijn de ideale plaats om kinderen te sensibiliseren over gezonde leefgewoonten en gezonde voeding in het bijzonder. De versnippering van de verschillende projecten wordt tegengegaan door een globale coördinatie op Brussels niveau. Projecten om het tandartsbezoek te bevorderen kunnen hier als voorbeeld dienen voor een Brusselse aanpak van sensibilisering.

  • Specifiek rond kankeropsporing moet er extra aandacht gaan naar mensen in armoede en mensen met een migratieachtergrond. Bijna de helft van de Brusselse vrouwen in de risicodoelgroep voor borstkanker wordt vandaag op geen enkele manier getest. Vaak zijn er culturele of socio-economische drempels. Correcte controles en tijdige behandeling redden niet alleen levens, ze sparen ook extra kosten uit voor de gezondheidszorg; geld dat eigenlijk gebruikt zou moeten worden voor meer campagnes en het ontwikkelen van doelgroepgerichte methodes.

  • (Kanker)screenings laten we voor alle Brusselaars op een gecoördineerde manier verlopen, zoals dat vandaag al gebeurt voor borstkankerscreening via vzw Brummamo en darmkankerscreening. De screenings moeten zeer laagdrempelig georganiseerd worden en zijn gratis. Artsen, apothekers en ziekenhuizen moeten verder aangemoedigd worden om hun patiënten erover te informeren. We monitoren hoeveel screenings er gebeuren, wie zich laat screenen en wie niet. Zo kunnen er specifieke sensibiliseringscampagnes georganiseerd worden zodat iedereen zich laat screenen.

  • Brussel heeft nood aan een doeltreffend beleid om verslavingen te voorkomen en te behandelen. Als onderdeel van het Brussels Masterplan Zorg pleiten we voor een gewestelijk drugsplan, in samenwerking met alle (gemeentelijke) actoren op het terrein en met duidelijke linken tussen verslavingshulpverlening, geestelijke gezondheidszorg en huisvesting. Zo maken we werk van een geïntegreerde aanpak. Een betere monitoring van het probleem, preventie, schadebeperking en hulpverlening staan centraal. Dat betekent o.a. concrete campagnes op maat van alle Brusselaars en van verschillende Brusselse doelgroepen (meertalig, multicultureel). We willen ook een geïntegreerd centrum voor drugsverslaving, met extra laagdrempelige plaatsen in de hulpverlening en een gebruikersruimte waar drugsverslaafden op een veilige manier drugs kunnen gebruiken en toegang hebben tot aangepaste zorg.

  • We willen voldoende aandacht voor zwaarlijvigheid en diabetes. Zwaarlijvigheid kan verschillende ziektes veroorzaken (diabetes, hartziektes etc.) en moet worden bestreden op alle leeftijden. Eén op 12 Belgen heeft diabetes en ook in Brussel neemt deze ziekte een geweldige omvang aan. Mensen met een minder goede toegang tot informatie dienen gesensibiliseerd te worden. Hiervoor gebruiken we de expertise van de multidisciplinaire diabeteskliniek van het UZ Brussel.

  • Alle gezondheidsinformatie wordt zoveel mogelijk centraal ter beschikking gesteld zodat alle Brusselaars, zowel de zorgverstrekkers als de burgers, weten waar ze informatie kunnen vinden. De eerste stap is het creëren van een databank van het volledige zorgaanbod. De centralisatie van de informatie gebeurt zowel fysiek, zoals via alle Brusselse eerstelijnsorganisaties als online. We willen daarenboven ook een statuut voor sekswerkers.

  • Er komt een Brussels project om de gezondheidsvaardigheden te versterken, zodat alle Brusselaars in staat zijn om gezondheidsgerelateerde informatie te vinden, te interpreteren en daarnaar te handelen om de eigen gezondheid en levenskwaliteit te verbeteren. Het project focust zich in de eerste plaats op de kwetsbare groepen in Brussel en haalt inspiratie uit de reeds bestaande buitenlandse goede praktijken, zoals Health Literacy for ALL-IN Oostenrijk en Ordonnance Visuelle uit Frankrijk.

  • De uitbouw van de eerstelijnszorg is een absolute prioriteit voor Brussel. Brusselaars moeten in hun buurt toegang hebben tot professionele zorgverstrekkers die hen bijstaan bij vragen van fysieke, psychische en sociale aard.

  • Het systeem van wijkgezondheidscentra in Brussel verdient actieve promotie. Omdat wijkgezondheidscentra een forfaitair betalingssysteem hanteren (wat de zorg de facto gratis maakt voor al hun leden), vergroten ze de toegang tot de juiste zorgen voor iedereen. Zeker in de Brusselse context – met veel armoede en een weinig uitgebouwde eerstelijnszorg – zijn de wijkgezondheidscentra broodnodig. De centra werken bovendien multidisciplinair, met aandacht voor zowel curatieve geneeskunde als voor gezondheidsbevorderende activiteiten en leef- en eetgewoonten.

  • We versterken de eerstelijnszorg. Huisartsen worden aangemoedigd om zich in Brussel te vestigen in multidisciplinaire centra met verpleegkundigen, psychologen en psychotherapeuten. Dit doen we via financiële stimuli voor de uitbouw van groepspraktijken. Dit gebeurt in het bijzonder voor de huisartsarme wijken. Bovendien wordt ook samenwerking met andere disciplines aangemoedigd, zoals met voedingsdeskundigen, of sociale hulpverlening.

  • Er komen ook meer centra voor geestelijke gezondheidszorg die laagdrempelig psychische zorg aanbieden.

  • Het pas opgerichte ondersteuningscentrum ter coördinatie en ter ondersteuning van de eerstelijnszorg wordt volledig uitgebouwd. Het wordt een echt platform om hulp, raad en begeleiding te verstrekken aan alle zorgverstrekkers uit de eerstelijnszorg, in het bijzonder over hoe ze omgaan met complexe problematieken.

  • Alle zorgverstrekkers moeten toegang hebben tot een elektronisch systeem dat gegevensdeling mogelijk maakt over grenzen van de gemeenschappen heen. Elke arts moet een globaal overzicht kunnen raadplegen met het medische dossier en de vaccinatiegeschiedenis van zijn patiënten, ongeacht of hij/zij bij een Franstalige of Nederlandstalige arts werd behandeld en/of gevaccineerd werd via een Nederlandstalige of Franstalige school/crèche. We zorgen uiteraard dat zo’n systeem wordt uitgebouwd met de nodige bescherming van de privacy van de patiënten en met respect voor het professionele beroepsgeheim.

  • Voor zeer kwetsbare groepen worden gezondheidsorganisaties uitgestuurd om op zoek te gaan naar mensen in nood, die niet op eigen kracht tot bij de huisarts geraken, zoals bijvoorbeeld thuislozen. We bouwen dus de 0,5 de lijn uit.

  • Burgers worden geïnformeerd over betaling bij de tandarts en de dokters. Er komt regelmatige controle op fraude bij tandartsen en dokters. De regeling voor remgeld geldt ook bij tandartsen.

  • Het aanbod van gespecialiseerde zorg moet zo efficiënt mogelijk worden gebruikt en indien nodig uitgebreid.

  • De ziekenhuishervorming en de vorming van netwerken moeten ertoe leiden dat er een duidelijke taakverdeling en samenwerking komt tussen de ziekenhuizen, alsook met de eerstelijnszorg. Vandaag is er teveel concurrentie tussen de eerstelijnszorg en de ziekenhuizen alsook tussen de ziekenhuizen onderling. Dat gaat een rationeel gebruik van de middelen tegen en staat en een verbetering van de zorgkwaliteit in de weg. Ook bij fusies tussen openbare ziekenhuizen en private ziekenhuizen moet het recht op toegankelijke kwaliteitszorg zonder discriminatie gegarandeerd blijft.

  • Binnen het nieuwe ziekenhuisnetwerk wordt één sterk openbaar netwerk gecreëerd. Alleen zo’n openbaar netwerk biedt garanties voor een sterke, bij uitstek sociale, gezondheidszorg in Brussel.

  • Toegankelijkheid voor de totale bevolking en kwaliteitsvolle verzorging gaan hand in hand. Zolang het huidige federale beleid inzake supplementen niet wordt aangepast moeten in de openbare ziekenhuizen de ereloonsupplementen beperkt worden tot 100 %. De afschaffing van de supplementen is het uiteindelijke doel. Dit geldt ook voor alle ziekenhuizen die het gevolg zullen zijn van een fusie van een openbaar en een privaat ziekenhuis.

  • Brussel kent een schrijnend en onaanvaardbaar tekort aan opvangplaatsen voor mensen met psychiatrische problemen. Deze kwetsbare doelgroep is zeer divers: oudere psychiatrische patiënten, daklozen, jongeren met een psychopathologische stoornis, drugsverslaafden, mensen met een meervoudige stoornis en een dubbele diagnose. Naast een uitbreiding en versterking van de ambulante hulpverlening, moeten meer plaatsen worden gecreëerd in gespecialiseerde diensten (psychiatrische ziekenhuizen, psychiatrische afdelingen binnen algemene ziekenhuizen, psychiatrische wachtdiensten, therapeutische gemeenschappen, beschut wonen, opvangstructuren binnen sociale sector). Het versterken van de structuren in de geestelijke gezondheidszorg moet er ook voor zorgen dat patiënten die geestelijke gezondheidszorg nodig hebben, niet langer verblijven in acute diensten van algemene ziekenhuizen, waar deze niet thuishoren. Dit gebeurt momenteel teveel, zeker voor mensen met een complex psychisch probleem of met een dubbele diagnose. De hulpverlening moet gecoördineerd worden waardoor elke patiënt met de nodige continuïteit wordt opgevangen op het niveau dat op elk tijdstip het best aan zijn behoeften beantwoordt. Doelstelling is wel de patiënten in de mate van het mogelijke ambulant te behandelen en in de maatschappij te laten functioneren. Het Brussels Overlegplatform Geestelijke Gezondheidszorg moet hierbij alle steun krijgen. Daarnaast komen er meer plaatsen in het begeleid zelfstandig wonen met daadwerkelijke kwaliteitsvolle begeleiding.

  • De Brusselaars moeten volledige keuzevrijheid hebben tussen instellingen van het Nederlandstalige, Franstalige of Brusselse aanbod om te beslissen door welke zorginstelling ze zich laten verzorgen.

  • Het nieuwe systeem van de Vlaamse Sociale Bescherming mag de toegang tot Vlaams erkende zorginstellingen niet belemmeren voor Brusselaars die zich niet hebben aangesloten bij de VSB. De Vlaamse sociale bescherming kan voor Brusselaars enkel een vorm van een aanvullende verzekering zijn met premies voor niet-medische kosten (zorgpremie en basisondersteuningsbudget voor mensen met een beperking).

  • Brusselaars moeten in alle Brusselse instellingen in het Nederlands geholpen kunnen worden. We willen een taalbeleidsplan voor alle GGC-zorginstellingen, met opleidingen en premies voor het personeel, om de tweetaligheid van de dienstverlening te allen tijde te kunnen garanderen.

  • Als een ambulance wordt uitgestuurd voor dringende medische hulp, moet de patiënt gebracht worden naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis. De patiënt heeft dus geen keuzevrijheid. Op spoeddiensten van Franstalige ziekenhuizen is vaak te weinig kennis van het Nederlands. We werken ook aan taalondersteuning voor de spoeddiensten van Brusselse ziekenhuizen.  

  • Elke zorginstelling moet beschikken voor kwaliteitsvol zorgpersoneel.

  • In veel zorgsectoren is er een tekort aan personeel, zoals verpleegkundigen of verzorgers. Om deze knelpuntberoepen aantrekkelijker te maken willen we de beroepsmogelijkheden promoten in het secundair onderwijs en door bredere sensibiliseringsacties.

  • Het beroep zelf kan aantrekkelijker door het zorgpersoneel flexibele carrièremogelijkheden te bieden en door te investeren in permanente vorming en bijscholing. Een modern HR-beleid met opleidingsmogelijkheden en minder belastende, transparantere arbeidsschema’s verlicht de werkdruk.

  • In het diverse Brussel hebben burgers en zorgverleners verschillende overtuigingen. Het zorgpersoneel moet opleiding krijgen in cultuursensitieve zorg.

  • Vele patiënten willen hun zorg krijgen in hun vertrouwde omgeving. Dat is zowel in het belang van de patiënt als van de samenleving.

  • Het aanbod thuiszorgdiensten moet meer toegankelijk en verder uitgebreid worden. Vandaag bestaat er een prijsverschil tussen het Franstalige aanbod en het Nederlandstalige aanbod : de thuiszorgdiensten gesubsidieerd door de GGC en de COCOF zijn goedkoper dan met financiering van de Vlaamse Gemeenschap. Dat leidt tot een wachtlijst bij het Franstalig aanbod en een overaanbod bij het Nederlandstalig aanbod. We willen dat alle bevoegde overheden (Vlaamse Gemeenschap, GGC, COCOF) aan tafel gaan zitten voor een gecoördineerd prijsbeleid.

  • Thuisverzorgers moeten een goede omkadering krijgen, waarbij de werklast goed wordt opgevolgd en er vlotte samenwerking mogelijk is met de eerstelijnszorg of de gespecialiseerde zorg om de zorgcontinuïteit te verzekeren.

  • Mantelzorgers verdienen meer respect, ondersteuning en begeleiding. We moeten mensen stimuleren om zorg te dragen voor elkaar. Mantelzorg is bovendien de beste waarborg tegen vereenzaming van ouderen. Daarom willen we van de ondersteuningsmaatregelen voor de mantelzorger een volwaardig statuut maken. Mantelzorgers van zwaar zorgbehoevende mensen moeten met raad en daad bijgestaan worden door professionele hulpverleners (maatschappelijk werkers, psychologen...). Op die manier voorkomen we dat ze na verloop van tijd overbelast worden. Mutualiteiten, OCMW’s en lokale welzijnsorganisaties moeten aanspreekpunten zijn om mantelzorgers te ondersteunen. Specifiek wordt ook een strategie gemaakt om mantelzorgers jonger dan 18 jaar te ondersteunen en te begeleiden.

Ouder worden in Brussel

  • Ook in Brussel vindt een vergrijzing binnen de vergrijzing plaats. Tegen 2040 zal het aantal senioren in Brussel stijgen van 200.000 naar 290.000. Ook in het jonge Brussel moeten we investeren in de kansen voor en de noden van senioren. Senioren zijn allesbehalve afgeschreven. Zij nemen actief deel aan het verenigingsleven,, zorgen voor de kleinkinderen, doen boodschappen voor elkaar. Zij moeten ten volle van hun rechten genieten en kunnen participeren op maatschappelijk, economisch, cultureel en politiek vlak. Maar daarnaast moet er aandacht zijn voor de stijgende behoefte aan zorg en ondersteuning.
    We willen dat er een gewestelijke strategie komt rond zorgvoorzieningen voor ouderen, op basis van een programmatiestudie en in het kader van de Brussels Masterplan Zorg. We maken een analyse wat er al bestaat en waar de noden zitten, wijk per wijk, en stemmen in functie daarvan het (nieuwe) aanbod van de verschillende overheden zo goed mogelijk op elkaar af.
    Uitgangspunt is dat het ondersteunings-, hulp- en zorgaanbod bereikbaar, beschikbaar en betaalbaar moet zijn voor iedereen. Dit kan het best door de principes en methodieken van buurtgerichte zorg te volgen. Dit veronderstelt minimaal een goede samenwerking tussen sociale loketten van het OCMW, wijkgezondheidscentra, buurthuizen en lokale dienstencentra.
    Ouderen zouden zo lang mogelijk in hun vertrouwde omgeving moeten kunnen blijven wonen.

  • Het valpreventieprogramma moet ouderen in staat stellen om hun woning te laten checken op valrisico’s en eventueel hun huis laten aanpassen. Premies voorzien voor mensen die hun woning aanpassen aan de noden van ouderen (badkamer, liftsystemen, domotica, ...) Voor ouderen met een laag inkomen kunnen de aanpassingen doorgevoerd worden door samenwerking met de sociale economie of de PWA.

  • We willen in elke wijk buurtzorg: Alle zorg en hulp ten aanzien van ouderen (zowel professioneel als vrijwillig) wordt per buurt gecoördineerd en er wordt één enkel aanspreekpunt voorzien. We maken werk van een gevarieerd, toegankelijk en kwaliteitsvol aanbod van zorg en ondersteuning voor ouderen. We handhaven het moratorium op de rusthuisbedden. Het overschot van rusthuisbedden wordt omgezet naar extra aanbod dagverzorgingscentra, kortverblijf en een betere omkadering voor zware zorg (RVT). We maken werk van betere kwaliteits – en omkaderingsnormen zodat een kwalitatief aanbod gegarandeerd is. Daarnaast komt er een uitgebreider aanbod van flexibele woonvormen zoals betaalbare senioren en serviceflats, intergenerationele woonprojecten, kangoeroewonen, dagverzorgingscentra. Op deze manier kan de zorg geïntegreerd worden in de woning. Op de manier kan de zorg geïntegreerd worden in de woning. Deze voorzieningen alsook de rusthuizen en thuiszorg moeten betaalbaar zijn voor ouderen. Daarom maken we werk van een proactief prijzenbeleid. Ook mag de basis rusthuisfactuur nooit duurder zijn dan minimumpensioen. We willen een plafond op de profitvoorzieningen.

  • Een toegankelijke ouderenzorg waarin er voor de senioren voldoende opties zijn, vraagt ook meer ambulante dienstverlening: het mobiliseren van de zorg, niet van de ouderen. Om hieraan tegemoet te komen moet de ambulante dienstverlening en meer bepaald de thuiszorg uitgebreid en meer bekend gemaakt worden.

  • Bankverrichtingen, belastingen, informatie vinden, facturatie van dienstverlening: meer en meer verloopt online. Ook al zijn er projecten nodig om de digitale geletterdheid bij ouderen te verhogen, omdat dit bijdraagt tot langer zelfstandig wonen, toch blijkt dat toenemend aantal ouderen hun weg niet vinden in de digitale diensten en daardoor vaak essentiële diensten ontberen vooral in de financiële sector. Elektronische loketten zijn een goede aanvulling op de face-to- face dienstverlening maar kan ze nooit volledig vervangen. Om de vereenzaming van ouderen tegen te gaan, moeten er in de buurt projecten komen die de verschillende generaties kunnen samenbrengen.

  • We coördineren hulpvragen waarbij de verschillende generaties in de buurt elkaar kunnen helpen: boodschappen, babysitten, aanbieden van studeerruimte voor studenten bij ouderen thuis, ...

  • We verhogen de mobiliteit van ouderen met een resem maatregelen. Ouderen moeten zich op elk moment veilig kunnen voelen in het openbaar vervoer en op straat. Openbare gebouwen en rijtuigen van het openbaar vervoer moeten aangepast zijn voor mensen met een beperkte mobiliteit. Buschauffeurs moeten wachten tot alle mensen gezeten zijn vooraleer verder te rijden... Onze publieke ruimte moet “leeftijdsvriendelijk” worden ingericht. Dat vergt aangepaste investeringen: straatverlichting, veilige voetpaden en oversteekplaatsen. Daarnaast kan aanvullend openbaar vervoer, naar analogie met Collecto, specifiek vervoer voorzien worden, zodat ouderen aanwezig zijn op vrijetijdsactiviteiten of hun boodschappen kunnen doen.

  • Eén derde van de Brusselse ouderen heeft een migratieachtergrond. Te vaak ondervinden zij drempels om een beroep te doen op de ouderenzorg. Ze hebben bovendien een verhoogd risico op armoede. Een toegankelijke en inclusieve ouderenzorg betekent dat we rekening houden met hun behoeftes en dat hiervoor aandacht is in de vorming van de lokale zorgverleners. Woonvormen die ouderen van verschillende origine samenbrengen met respect voor ieders eigenheid, religie en waarden en normen, worden ondersteund.

Personen met een beperking

 

  • Mensen met een beperking maken deel uit van onze samenleving en willen net zo goed participeren als mensen zonder beperking. In het kader van het Brussels Masterplan Zorg willen we een gewestelijke strategie die de noden en behoeften van personen met een handicap in kaart brengt en afstemt, zowel wat betreft kinderen, jongeren en volwassenen. Het gewest neemt een coördinerende rol op om te zorgen voor meer coherentie en samenwerking met het beleid van de gemeenschappen en de gemeenschapscommissies.

  • Dit veronderstelt op zijn minst dat alle zorginstellingen voor mensen met een beperking in kaart worden gebracht en dat er een gemeenschappelijke strategie komt om alle zorgvragen van mensen met een beperking op te lossen.

  • Minimaal komt er ook een tweetalig aanmeldingspunt voor hulpvragen van personen met een beperking in Brussel. Het moet gaan om een geïntegreerd breed onthaal waar personen met een beperking kunnen toegeleid worden naar een gepast hulpverleningsaanbod en een controle of de hulpzoekende optimaal zijn rechten gebruikt. Vandaag heerst vaak verwarring over de verschillende soorten hulp en tussen de Franstalige en Vlaamse procedures.

  • De overheid heeft de plicht de openbare ruimte, de openbare gebouwen, het openbaar vervoer of de inrichting van de openbare weg zo aan te passen dat zwakke weggebruikers, kinderen of mensen met een beperking er veilig gebruik van kunnen maken. Mobiliteit voor personen met een beperking vraagt eveneens dezelfde keuzemogelijkheden als voor personen zonder beperking. Van voldoende ruime parkeerplaatsen tot toegankelijk regulier openbaar vervoer (metro/tram/ bus) en een speciaal aangepast transport voor personen die geen gebruik kunnen maken van dit aanbod (minibus MIVB). Toegankelijke taxi’s vormen het sluitstuk. Ook de toegang tot (bij)scholing, opleiding en werk en de participatie aan sport, cultuur en alle vormen van vrijetijdsbesteding, moet afgestemd worden op de noden van personen met een beperking. De overheid verplicht, sensibiliseert of subsidieert eigenaars om alle publieke en commerciële gebouwen maximaal toegankelijk te maken.

  • Ook moeten personen met een beperking gepaste arbeidszorg kunnen krijgen of een activeringstraject naar werk in het normaal economisch circuit (NEC). De gemeenschappen maken samen met het gewest een plan maken zodat elke Brusselaar met een beperking een gepaste begeleiding naar werk kan krijgen op de werkvloer.

Prostitutie

 

  • Te veel sekswerkers zijn het slachtoffer van uitbuiting. Er zijn mensen die veel geld verdienen aan prostitutie, we willen een strenge aanpak van de criminele netwerken achter de Brusselse prostitutie en de pooiers (met bijzondere aandacht ook voor tienerpooiers). Daarnaast vinden dat mannen en vrouwen die in de prostitutie zitten, kunnen rekenen op ondersteuning.

  • Brussel heeft nood aan een laagdrempelig stedelijk aanloopcentrum voor sekswerkers. Daarin kunnen de diverse organisaties een betere ondersteuning van sekswerkers organiseren o.a. uitstapprojecten, gezondheidsvoorlichting, SOA/HIV- onderzoek, hepatitis B-vaccinatie, maatschappelijke en juridische hulp). Daarbij horen de opstelling en handhaving van hygiënische normen voor prostitutiehuizen.

  • Het Gewest zal in samenwerking met de Stad Brussel, Schaarbeek en Sint- Joost-ten-Node een gedoogzone voor raamprostitutie uitwerken. Een “Prostitution Policy Statement” zorgt voor gezamenlijke opvolging, aanpak en acties. Er komt meer cameratoezicht en een politieantenne.

  • Deze geharmoniseerde aanpak zet multifunctionele politionele “Street Liaisons Teams” in die gericht zijn op het bestrijden van overlast en criminaliteit in de openbare ruimte en het opsporen van gelinkte misdaadnetwerken. Even belangrijk zijn het opbouwen van een vertrouwensrelatie, sterke informatievoorziening en bescherming.

  • We bouwen een vertrouwensnetwerk op en focussen op medische en psychologische aspecten, evenals begeleiding inzake rechten en opstap naar opleiding, werk en huisvesting. We schakelen eerstelijnsorganisaties en OCMW’s daarbij in.

  • In 2016 werd er een studie uitgevoerd over nieuwe vormen van prostitutie in studentenmilieu’s, bij jonge homoseksuelen en EU-burgers uit recente lidstaten die onder het mom van reguliere tewerkstelling naar de grootsteden verhuizen. Die studie moet dringend beleidsaandacht en praktische opvolging krijgen.

©one.brussels

  • White Facebook Icon
  • White Twitter Icon

geëngageerde Brusselaars met