©one.brussels

  • White Facebook Icon
  • White Twitter Icon

geëngageerde Brusselaars met

Brusselaars aan het werk

 

De werkloosheid in Brussel nam de voorbije vijf jaar elke maand af. In december 2018 telde het Brussels Gewest 88.317 werkzoekenden, wat overeenkomt met een werkloosheidsgraad van 15,7 %. Dat is volgens Actiris het laagste cijfer sinds 1992. Ook de jeugdwerkloosheid daalde naar 23,2%. Dat is nog steeds veel te hoog, maar wel stukken minder dan de 30,8 % in 2014. De kentering is ingezet, al ligt er nog altijd veel werk op de plank. Ter vergelijking, in Vlaanderen bedraagt de werkloosheidsgraad 6,1 %, 2,5 keer lager dan in Brussel. 

 

Brussel staat voor enkele grote structurele problemen en specifieke uitdagingen. Zo is er de zogenaamde mismatch op de arbeidsmarkt. Onze stad kent een groot aantal lager geschoolde werkzoekenden, terwijl de meeste jobs in Brussel om diploma’s of geschoolde arbeid vragen. Dat verklaart gedeeltelijk waarom één op twee jobs in Brussel door een pendelaar wordt uitgevoerd. Daarnaast is de talenkennis van de Brusselaar is beperkt. De meeste vacatures in Brussel vragen minstens tweetaligheid, terwijl 3⁄4 van de werkzoekenden geen of nauwelijks kennis heeft van het Nederlands.


De taalhandicap is bovendien een rem om te gaan werken in de Vlaamse Rand. Nochtans is er daar veel vraag naar lager geschoolde arbeid. De plaatsen raken niet ingevuld. Hier speelt ook een mobiliteitsprobleem. Gewestoverschrijdende tewerkstelling is een deel van de oplossing voor Brusselse werkzoekenden, de drempels moeten worden weggewerkt.
De massale instroom van eentalige en laaggeschoolde werkzoekenden op de Brusselse arbeidsmarkt is op lange termijn onhoudbaar. Bij een ongewijzigd beleid zal de mismatch nog verergeren. Onze arbeidsmarkt staat voor een grondige transformatie het komende decennium. Digitalisering, robotisering en de opkomst van fenomenen zoals de deeleconomie zorgen voor een stevige ontwrichting. Hele beroepscategorieën kunnen verdwijnen of veranderen. Aan de andere kant: er zullen vele nieuwe jobs bijkomen.


Deze uitdagingen vragen een sterk antwoord van de overheid. Helaas zorgt de Brusselse institutionele lasagne ervoor dat onze overheden te veel naast elkaar werken en elkaar soms zelfs tegenwerken. Veel te veel zaken lopen vast in institutionele achterhoedegevechten en bureaucratische inertie. Het slachtoffer is de Brusselaar, in de eerste plaats werkzoekende.
Dat moet anders. Er is nood aan een coherent en slagkrachtiger gewestelijk beleid. Ook hier zikn we relevant. Op het gebied van tewerkstelling moet de regierol van het Gewest en Actiris duidelijker en prominenter worden vastgelegd. Opleiding is de sleutel. We moeten de Brusselaars wapenen en ervoor zorgen dat elk talent ten volle tot zijn ontwikkeling kan komen. Ook mensen die niet meteen meekunnen op de reguliere arbeidsmarkt verdienen hulp. We gaan voor een oplossing voor iedereen, ongeacht geslacht, leeftijd of achtergrond. We voeren de strijd tegen discriminatie op de arbeidsmarkt op.

Een vereenvoudigd en slagkrachtiger beleid

  • Ook het Brusselse tewerkstellingsbeleid loopt vaak vast op structuren. Actiris heeft meer dan 170 partners voor opleiding en begeleiding. Met deze veelheid aan gewestelijke, gemeenschaps- en lokale actoren is er een sterke versnippering en verkokering. Vaak wordt er dubbel en naast elkaar gewerkt. Een overkoepelende visie ontbreekt of weegt te weinig door.

  • We vergroten de slagkracht van Actiris en versterken haar regierol op lokaal en gewestelijk vlak. Alle partners moeten zich inschrijven op een brede strategie ontwikkeld door Actiris. De rol en het takenpakket van de missions locales en PWA’s (Plaatselijk WerkgelegenheidsAgentschap) wordt geëvalueerd en herbekeken en op termijn ingekanteld in het gewest. De diensten voor socio-professionele inschakeling van de OCMW’s en de gemeenten gaan samen met Actiris. Die laatste is de gespecialiseerde actor.

  • Op ICT-gebied zit er veel ruis op de lijn tussen Actiris en haar partners. Er zijn uiteenlopende en incompatibele informaticasystemen en databases in gebruik. Dat maakt samenwerken moeilijk. De informatiedoorstroming is slecht. Voor een sterk beleid is een helder zicht op de volledige situatie nodig alsook efficiënte aansturing van alle betrokken partners. We werken een globaal ICT-investeringsplan uit, om de interne werking van Actiris en al haar partners te digitaliseren.

  • Met de zesde staatshervorming kreeg het gewest de mogelijkheid om zelf ook beroepsopleidingen te organiseren. Dat heeft zich enkel vertaald in een gewestelijke financiering voor opleidingen, georganiseerd door VDAB en Bruxelles Formation. De impact is te mager. De uitstroom naar de arbeidsmarkt is voor veel van deze opleidingen beperkt. De regierol van Actiris op het opleidingsaanbod moet sterker worden. Onnuttige en overmatige opleidingen worden geschrapt ten voordele van opleidingen die zich toespitsen op de huidige en toekomstige noden van de arbeidsmarkt. Meer aandacht moet gaan naar talenkennis en de sectoren met groeipotentieel, zoals de ICT-sector, de energie- en milieusector, de zorgsector en de hospitality (toerisme-, horeca en eventsector).

  • Een buitenlands diploma laten erkennen of gelijkschakelen is heel lastig in Brussel, vooral bij de Franse gemeenschap. Dat is een verspilling van talent. 43 % van alle werkzoekenden ingeschreven bij Actiris heeft in het buitenland diploma’s behaald. Die diploma’s worden hier niet erkend. We maken duidelijke afspraken met de gemeenschappen dit kosteloos, eenvoudiger en sneller te laten verlopen, volgens een gelijklopende procedure. Voor knelpuntberoepen zijn versnelde procedures nodig.

  • De verhuis van Actiris naar de Astro-toren moet zorgen voor een betere samenwerking met VDAB Brussel en Bruxelles Formation. De fysieke nabijheid vergemakkelijkt een en ander, maar we stellen ook processen in het werk zodat deze actoren actiever gaan samenwerken, ook in de lokale jobhuizen. We wisselen werknemers uit en starten gezamenlijke projecten.

  • De lokale antennes van Actiris zijn niet optimaal verdeeld over het gewest. In de armste delen van de stad, de zogenaamde arme halve maan, bevinden zich nauwelijks kantoren. Dat zetten we recht. Actiris gaat ook ‘on tour’ in de wijken met een hoge werkloosheid. Door middel van mobiele kantoren verhoogt Actiris er haar zichtbaarheid en aanwezigheid. Ze doet dit in samenwerking met lokale partners en het middenveld.

  • We vereenvoudigen de administratie voor werkgevers en werknemers. Kwetsbare werknemers cumuleren vaak een waaier van statuten. Ze krijgen te maken met complexe administratieve verplichtingen. We willen één adres waar zowel werknemers als werkgevers kunnen aankloppen voor informatie, om een aanvraag in te dienen of hulp te krijgen bij het bijeenbrengen van nodige documenten.

  • De actieradius van de bemiddelingsdiensten stopt niet aan de gewestgrenzen. We drijven de uitwisseling van vacatures op. Doorgedreven samenwerking tussen Actiris, VDAB, FOREM moet er op termijn toe leiden dat deze diensten in het Brusselse metropolitane gebied als één enkele arbeidsbemiddelingsdienst functioneren.

  • De lage scholingsgraad van de Brusselse jongeren is een van de belangrijkste belemmeringen om een job te vinden. Daarom moeten we het Brusselse onderwijs herwaarderen en beletten dat Brusselse jongeren afhaken. Er is een betere coördinatie nodig tussen de gemeenschappen, de onderwijsnetten en het gewest. Het gewest begint zelf met registratie van een aantal parameters (spijbelcijfers, talenkennis aan het eind van de schoolloopbaan, schooluitval) om de gemeenschappen beter en gerichter op hun verantwoordelijkheid te wijzen. (zie ook hoofdstuk onderwijs)

  • Meer Brusselaars aan het werk, ook binnen de Brusselse overheid. Vandaag woont amper de helft van de Brusselse gewestelijke ambtenaren in Brussel. De overheid moet het goede voorbeeld tonen. Talent.Brussels gaat aan de slag met slecht scorende administraties en stelt een actieplan op om meer Brusselaars in overheidsdienst aan te werven. Diensten op maat van (verre) pendelaars (parking, telewerken...) worden afgebouwd. We investeren in diensten ten voordele van stadsbewoners (fietsenstallingen, villo-abonnementen). (zie ook hoofdstuk mobiliteit)

  • We richten een meertalig opleidingscentrum op in Brussel dat makkelijk bereikbaar is. We voorzien er ook ateliers, die gedeeld kunnen worden door cursisten, freelancers, ondernemers en partners. Duurzaamheid, co-creatie, inclusie en toegankelijkheid zijn hierbij de sleutelwoorden.

  • Verdere uitbouw van duaal leren in de Brussel Metropolitane regio met focus op soft-skills, groepsdynamiek, responsabilisering en wederom inclusie. Dit uiteraard in co-creatie met bedrijven, partnerorganisaties en de jongeren zelf met als doel de arbeidskansen te vergroten. Dit om optimaal in te spelen op de huidige en toekomstige behoeften van de snel veranderende arbeidsmarkt.

Tewerkstellingsinstrumenten op maat van Brussel

 

  • Met de zesde staatshervorming kwamen er een heel groot budget en heel wat tewerkstellingsinstrumenten in handen van het Gewest. Deze instrumenten worden aangepast en ingezet om meer Brusselaars aan een job te helpen.

  • Er komt een betere kwaliteitsopvolging van de tewerkstellingsinstrumenten. Vandaag belanden mensen tewerkgesteld onder artikel 60 te vaak opnieuw in de werkloosheid. Ze worden niet of nauwelijks begeleid en evenmin doorverwezen naar opleidingen die hun kansen op de arbeidsmarkt maximaliseren. Om de overbevraagde OCMW’s te ontlasten neemt Actiris of één van haar opleidingspartners de begeleiding en de opleiding van artikel 60 werknemers voor haar rekening.

  • Het geco-stelsel is helemaal afgedreven van zijn oorspronkelijke doelstelling: inschakelen van kansengroepen. Aan de andere kant is het geco-stelsel uitgegroeid tot een steunpilaar voor de social profit. Heel wat onmisbaar personeel heeft een geco-contract. De geco-banen in de social profit worden na een evaluatie geregulariseerd. De budgetten worden overgeheveld.

  • Inschakeljobs zijn een goed instrument om kansarme jongeren een eerste werkervaring te laten opdoen. Maar met het oog op de doelgroep moet het contract flexibeler ingevuld kunnen worden. Meer op maat inrichten, door bijvoorbeeld contracten niet voltijds over één jaar maar eerder halftijds over twee jaar te spreiden, in combinatie met een opleiding of vormingstraject.

  • Bijna een vierde van het Brusselse tewerkstellingsbudget gaat naar het systeem van de dienstencheques. Het zorgt voor stabiele tewerkstelling voor meer dan 25.000 veelal lager geschoolde Brusselaars. Dat is een succes. De andere kant van de medaille is dat werknemers nauwelijks doorstromen naar andere jobs. Maar werk via dienstencheques is vaak fysiek belastend en op lange termijn niet houdbaar. De opleidingsmogelijkheden zijn beperkt en onderbenut. We creëren het initieel beoogde springplankeffect door voor elke werknemer een beroepstraject uit te tekenen met aangepast opleidingsaanbod.

  • De Activa vormen een aanlokkelijk instrument voor werkgevers om Brusselaars aan te nemen. We maken de maatregel aantrekkelijker door een verhoging van het daarmee gepaarde opleidingsbudget, zodat de werknemers sneller inzetbaar zijn. We gebruiken de Activa maatregel verder als hefboom om Brusselaars over de gewestgrenzen aan de slag te laten gaan.

  • Brussel is eenculturele en creatieve grootstad, mede voortgebracht en versterkt door het werk van de vele kunstenaars en creatieve talenten die hier aan de weg timmeren. Toch is een artiestenloopbaan geen evidente keuze. Een artistieke loopbaan onderscheidt zich in vele gevallen door een grote mate van onzekerheid en complexiteit. We voorzien in een aangepast begeleidingsaanbod door Actiris dat beter rekening houdt met de specifieke situatie van kunstenaars.

Begeleiding naar duurzaam werk

 

  • De arbeidsbemiddeling in het Gewest is ondermaats. Dat is in de eerste plaats een probleem voor de meer 88.000 werkzoekenden, maar ook problematisch inzake de zesde staatshervorming en de responsabilisering van de gewesten. Brussel heeft de verantwoordelijkheid om elke werkzoekende intensief en individueel te begeleiden.

  • Voor een kwalitatieve tewerkstellingsgarantie is voldoende begeleiding op maat nodig. Vandaag heeft het Brussels Gewest één begeleider per 360 werkzoekenden. Nochtans verhogen de kansen op werk met 22% bij individuele begeleiding. We willen dus meer begeleiders, met als streefdoel de Europese norm van één tewerkstellingsconsulent per 60 werkzoekenden. Zo kunnen werkzoekenden sneller op gesprek, kan de begeleider meer tijd uittrekken en kan de frequentie van de begeleidingen naar omhoog als het profiel van de werkzoekende dat vereist.

  • Vandaag verliest een consulent veel tijd met paperassen, zoals het administratief in orde brengen van het dossier van de werkzoekende. Dit soort werk moet zoveel mogelijk afgesplitst en opgevangen worden door administratieve medewerkers. Consulenten moeten zich kunnen concentreren op hun kerntaak: het begeleiden van de werkzoekende.

  • Bij elke aanmelding volgt er een intakegesprek met een intensieve screening van de noden, de (potentiële) vaardigheden en de wensen van de werkzoekende. Daarbij wordt ook nagegaan of deze aansluiten bij de noden van de arbeidsmarkt. Elke werkzoekende krijgt op basis daarvan een uniek dossier, dat wordt aangevuld volgens het "rugzak"-principe: voor elke werkzoekende een rugzak die wordt gevuld met een combinatie van begeleiding, tewerkstellingsinstrumenten en vorming, afhankelijk van de afstand van die werkzoekende tot de arbeidsmarkt. De administratieve last van deze “rugzak” moet zo laag mogelijk zijn en vooral bij de overheid liggen.

  • De afstand van de werkzoekende tot de arbeidsmarkt bepaalt de subsidiëring voor tewerkstelling. Voor de kwetsbaarste doelgroep zal dat een onbeperkte steun zijn met kortingen op sociale zekerheidsbijdragen of loonsubsidies. Voor minder moeilijke doelgroepen gaat het om steun van korte duur in combinatie met vorming. Hetzelfde geldt voor de begeleiding, want niet iedereen heeft evenveel of dezelfde soort begeleiding nodig. Voor sommigen volstaat één gesprek, andere werkzoekenden moeten continu actief opgevolgd worden.

  • Het Brussels Gewest sluit met elke werkzoekende binnen de drie maanden een verplicht gepersonaliseerd actieplan af. De werkzoekende engageert zich om actief een job te zoeken. Actiris houdt zich eraan het traject van de werkzoekende intensief en langdurig op te volgen, ook tijdens de eerste maanden van tewerkstelling alsook in het geval dat de werkzoekende door de RVA geschrapt zou worden. Mensen die een leefloon krijgen, verdienen immers ook intensieve begeleiding naar werk. Activering houdt dus niet enkel verplichtingen in voor de werkzoekende maar ook voor Actiris. Het doel is immers duurzame tewerkstelling, niet een opeenvolging van onzekere werksituaties. Dit persoonlijk actieplan komt in het uniek dossier. Hierin wordt het beroepsproject voor de werkzoekende stap voor stap opgesteld.

  • De website en de vacaturedatabase vormen het visitekaartje van Actiris. Vandaag oogt de zoekrobot erg gedateerd. In gebruik is hij niet erg praktisch. Dat passen we aan. Naast een visuele update moet de database ook gebruiksvriendelijker. We investeren om de achterliggende processen en algoritmes te verbeteren, voor een slimmere en nauwkeuriger koppeling van werkzoekenden met werkgevers. Er komt ook een gebruiksvriendelijke applicatie.

  • We installeren panels van jongeren en andere doelgroepen die feedback geven over de methodes van Actiris. Het agentschap doet ook inspanningen om uit deze doelgroepen te rekruteren, om beter voeling met hen te krijgen en de kloof tussen een instituut als Actiris en de leefwereld van Brusselaars te verkleinen.

Vorming en opleiding

 

  • Het vormingsaanbod in Brussel moet sterk worden uitgebreid. Tegelijk stemmen we het aanbod af op de noden van de arbeidsmarkt, vandaag en in de nabije toekomst. Bijzondere aandacht gaat naar de ontwikkeling van opleidingen met betrekking tot sectoren die werkgelegenheid creëren, knelpuntberoepen en verwerving van taalkennis.

  • Te weinig Brusselaars tekenen in op een opleidingstraject voor een knelpuntberoep. Zo’n traject heeft een lange looptijd, met weinig inkomsten tijdens de opleiding. We zetten een proefproject op met een incentive om kandidaten aan te trekken. Wie een opleiding in een knelpuntberoep volgt, krijgt een ‘loon’ (of een toeslag op de uitkering) toegekend.

  • Opleidingen aangeboden door Actiris en haar partners krijgen een score die de kansen op latere tewerkstelling weergeeft.

  • We zetten sterk in op de herwaardering van technische beroepen. Het gewest ondersteunt de inspanningen van de gemeenschappen inzake duaal en alternerend leren en stemt ze verder op elkaar af. Het Gewest blijft daarnaast investeren in de uitrusting van het technisch en beroepsonderwijs.

  • We bouwen nieuwe gewestelijke opleidings- en tewerkstellingspolen. Naar analogie van het nieuwe opleidingscentrum voor technische en industriële knelpuntberoepen in Anderlecht komen er bijkomende centra rond Zorgberoepen, Bouw, ICT en Hospitality, in samenwerking met de gemeenschappen en betrokken sectoren.

  • Talenkennis moet centraal staan in de vorming van Brusselse werkzoekenden. We breiden het aanbod van het Huis van het Nederlands verder uit. Er komt naast het beroepenpunt ook een Talenpunt (Cité des Languages) waar Brusselaars terechtkunnen voor informatie over alle leervormen en taalopleidingen in Brussel. Doel is dat élke Brusselse werkzoekende een cursus Nederlands en/of Frans kan volgen. Elke werkzoekende die zich aanmeldt bij Actiris krijgt een taaltest als onderdeel van zijn intakegesprek. Naargelang het resultaat wordt een cursus Nederlands standaard aangeboden in de rugzak.

  • Er wordt in het kader van de jeugdgarantie sterker ingezet op stageplaatsen in de Brusselse rand om taalvaardigheden aan te scherpen.

  • Actiris, VDAB en Bruxelles Formation werken samen een aanbod uit voor meertalige beroepsopleidingen.

  • We pleiten ervoor dat zowel in het Nederlandstalig als in het Franstalig onderwijs in Brussel de andere landstaal vanaf een vroege leeftijd intensief onderwezen wordt. Het houdt geen steek dat leerlingen uit het Brussels Franstalig onderwijs in hun hele schoolcarrière geen Nederlands krijgen, om dezelfde leerlingen dure taalcheques te geven zodra ze op de arbeidsmarkt terechtkomen. Er komen proefprojecten met uitwisseling van leerkrachten uit Nederlandstalige en Franstalige scholen.

  • Studies tonen aan dat 6 op 10 van de Brusselse 18-jarigen geen idee hebben welk beroep of welke studies ze willen doen. Laatstejaars van elke school in Brussel worden systematisch uitgenodigd in het nieuwe beroepenpunt voor een kennismakingssessie. Actiris en haar partners werken verder aan oriëntering en coachingsprojecten in het secundair onderwijs, zoals jump for work.

Naar een oplossing voor jong en oud, geschoold of niet

  • Het succesvolle jeugdgarantieplan (elke jongere recht op een opleiding, werk of stage) wordt verder gezet. Er komt een kwalitatieve en kwantitatieve opvolging. Op deze manier willen we verzekeren dat stages, opleidingen en jobs in het kader van dit instrument naar duurzame tewerkstelling leiden. Waar nodig wordt er bijgestuurd.

  • Actiris zet in samenwerking met haar partners een outreachende werking op om NEET’s te bereiken en te begeleiden. (NEET = Not in Education, Employment or Training).

  • We geven Actiris de middelen om het jeugdgarantieplan uit te breiden naar alle werkzoekenden die nieuw instromen. We waken erover dat deze nieuwe ambitie niet ten koste gaat van dienstverlening aan langdurige werkzoekenden.

  • De afgelopen legislatuur stond duidelijk in het teken van de jeugdwerkloosheid. Voor de inschakeling van oudere werkzoekenden (50+) werden er weinig specifieke begeleidingsinitiatieven of inschakelingsinstrumenten ontwikkeld. Actiris zet een inhaalbeweging in door een aangepast aanbod te ontwikkelen voor 50+.

  • We voeren de strijd tegen discriminatie op de arbeidsmarkt op. Zo worden de gewestelijke arbeidsinspectiediensten uitgebreid en verder opgeleid om praktijktesten uit te voeren en discriminatie te sanctioneren. Er komt een socio-economische monitoring om na te gaan in welke sectoren er zich nog problemen voordoen. Op basis daarvan komen er proactieve praktijktesten.

  • Er is een sterk beleid voor studentenjobs nodig. Vandaag ontbreekt dat nog. Veel studenten hebben geen toegang tot de markt van studentjobs. Bij gewestelijke overheden zijn ze zo goed als exclusief voorbehouden aan familieleden van het personeel. Actiris en overheidsbedrijven in Brussel werken samen zodat elke Brusselse jongere die dat wenst aan een studentenjob geraakt. Daarnaast zijn akkoorden nodig met privébedrijven. Actiris richt hiervoor een dienst op in samenwerking met Talent.Brussels.

  • Er moeten meer jobs komen voor laaggeschoolden. De overheid ontwikkelt binnen haar eigen werking innovatieve projecten rond arbeidsorganisatie met het oog op jobcreatie voor midden- en laaggeschoolden. Door de activiteiten van de hooggeschoolden te screenen en te heroriënteren naar kerntaken, komen er heel wat andere taken vrij. De productiviteit van de hooggeschoolden kan hierdoor worden opgevoerd, terwijl de vrijgekomen taken goedkoper worden uitgevoerd door laaggeschoolden. De overheid tracht ook werkgevers die laaggeschoolden tewerkstellen in de stad te houden.

  • We voorzien voldoende ruime sociale clausules in overheidsopdrachten om zo laaggeschoolde en lokale tewerkstelling te stimuleren.

Klaar voor de arbeidsmarkt van morgen

 

  • In tijden van economische en technologische disruptie zorgen we ervoor dat iedereen mee is. Niemand mag vroegtijdig worden afgeschreven op de arbeidsmarkt.

  • We hervormen het systeem van educatief verlof en komen tegemoet aan de transformaties op de arbeidsmarkt. Werknemers die in beroepscategorieën werken die dreigen te verdwijnen of die erg onderhevig zijn aan technologische disruptie krijgen het aanbod om in een omscholingsprogramma te stappen. De werknemers krijgen minstens één dag per week om de opleiding te volgen.

  • Actiris brengt bedrijven in herstructurering en groeibedrijven met elkaar in contact om nog tijdens de opzegperiode de met ontslag bedreigde werknemer te herscholen richting vacatures bij die groeibedrijven.

  • We hervormen de knelpuntberoepenlijst zodat er rekening wordt gehouden met de noden in de Brusselse rand en de andere gewesten. Daarnaast moet de lijst zich niet enkel focussen op de knelpunten in de huidige arbeidsmarkt, maar ook in de (nabije) toekomst.

  • Werkzoekenden verdienen een betere begeleiding naar de juiste vorming, ook als ze al onder een bepaald tewerkstellingsinstrument aan de slag zijn. Ook eenmaal aan het werk hebben werknemers recht op bijkomende vormingen die hen sterker maken op de arbeidsmarkt. Bedrijven en overheden worden aangespoord om meer inspanningen te doen om de vaardigheden van hun werknemers te upgraden.

  • We responsabiliseren – ook financieel – ondernemingen voor de maatschappelijke kosten die zij veroorzaken als ze onvoldoende investeren in de blijvende inzetbaarheid van hun personeel. Ondernemingen die een onevenredig aandeel langdurig werkzoekenden veroorzaken, moeten daarvoor een responsabiliseringsbijdrage betalen. Dit geld gaat naar een omscholingsfonds.

  • Elk talent telt. We willen sterker inzetten op de validering van competenties opgedaan buiten het schoolse circuit. De overheid neemt het voortouw door in haar human resources beleid en bij aanwervingen gebruik te maken van zo’n instrument. Actiris koppelt de erkende competenties automatisch aan het unieke dossier van werkzoekenden. De diensten “validation des compétences” van de COCOF en de EVC’s (eerder verworden competenties) van de Vlaamse Gemeenschap worden meer gepromoot naar bedrijven en werkzoekenden. We onderzoeken daarnaast samen met de private sector of er bijkomende beroepsreferentiecentra nodig zijn.

Een sterkere sociale economie

 

  • Niet iedereen kan (meteen) mee in de reguliere economie. Sociale economie is de enige sector die langdurig werklozen en moeilijk te activeren werklozen de kans geeft om deel te nemen aan het economische leven en bijgevolg aan de samenleving.

  • De sociale economie staat in voor de uitbouw van een lokale diensteneconomie waarbij we stadsdiensten zoals fietsenateliers, klusjesdiensten, flexibele kinderopvang, energiesnoeiers of sociale restaurants uitbouwen. Met het ontwikkelen van de sociale economie worden naast economische doelstellingen dus ook doelstellingen gerealiseerd met een maatschappelijke en ecologische meerwaarde.

  • Het budget voor omkadering van doelgroepwerknemers moet omhoog. Er komen dus meer trajectbegeleiders die waken over de doorstroom van tijdelijke tewerkstellingscontracten naar de reguliere economie, onder meer door doorverwijzing naar gepaste opleidingen.

  • Doelgroepwerknemers hebben vaak een (tijdelijk op permanent) tekort aan structuur in hun leven. Een werkervaringstraject is soms het enige houvast om terug structuur te vinden. Om tot effectieve doorstroming naar de reguliere arbeidsmarkt te leiden moeten werkervaringstrajecten langer kunnen duren. We monitoren nauwkeuriger de uitstroom uit de sociale economie – ook op lange termijn – zodat we goede voorbeelden en pijnpunten identificeren.

  • Permanente sociale tewerkstelling blijft een ontbrekende schakel in de Brusselse sociale economie. Sommige doelgroepwerknemers hebben nood aan langere trajecten. Een aantal werknemers zal nooit naar het regulier circuit doorstromen. Organisaties moeten meer mogelijkheden krijgen om op langere termijn te werken en in bepaalde gevallen zelf duurzame sociale tewerkstelling te creëren. Dat kan in samenwerking met andere beleidsdomeinen.

  • Aanbestedingen door Brusselse overheden moeten indien mogelijk automatisch gereserveerd zijn voor sociale economie. Het gewest moet investeren in een departement doorstroom dat een geprivilegieerde relatie heeft met de grote werkgevers in Brussel (Audi, de luchthaven, MIVB, NMBS, de Post, gemeenten, etc.)

  • In afwachting van de fusie van de 19 Brusselse OCMW’s harmoniseren we de praktijken met betrekking tot artikel 60.

  • Er komt een regelgevend kader voor beschutte werkplaatsen en arbeidszorg, alsook een budget en een projectoproep om dergelijke initiatieven te vestigen in Brussel.