©one.brussels

  • White Facebook Icon
  • White Twitter Icon

geëngageerde Brusselaars met

een veilige stad voor iedereen

Het Brusselse gewestelijk preventie- en veiligheidsbeleid is deze legislatuur, als gevolg van de zesde staatshervorming, sterk uitgebreid. Er werd fors ingezet op bijkomende nieuwe initiatieven en structuren. De nieuwe gewestelijke ION Brussel Preventie en Veiligheid heeft in enkele jaren tijd reeds een aantal bemoedigende initiatieven genomen. Er is een geïntegreerde school voor veiligheids-, preventie- beroepen en hulpdiensten in ontwikkeling.
Er is een eerste gewestelijk veiligheids- en preventieplan 2017-2020 opgemaakt, met een Gewestelijke Veiligheidsraad. Een crisis- en communicatiecentrum zal in mei 2019 operationeel zijn evenals een platform voor videobewaking. In de strijd tegen radicalisering werd een duidelijke wissel getrokken en lopen vele laagdrempelige basisprojecten rond voorkoming. Het nieuwe preventieprogramma tegen schoolverzuim loopt tot 2021 en zal verlengd worden omdat het stilaan vruchten afwerpt. Er is meer veiligheidspersoneel op openbaar vervoer ingezet. Was er deze legislatuur noodgedwongen een grote focus op structuren en processen, in de volgende regeerperiode moet er ingezet worden op output. Brussel heeft voor het eerst een instrument waarmee ze haar eigen veiligheidsbeleid beter vorm kan geven. We hebben nu een minister-president bevoegd voor Veiligheid.

  •  In het kader van de reorganisatie van Brussel wensen we de zes politiezones samen te brengen in één politiezone, voorgezeten door de minister-president. De samensmelting is noodzakelijk voor een efficiënt en gecoördineerd veiligheids- en preventiebeleid op maat van het gewest. Een eengemaakte politiezone staat maatwerk niet in de weg, dat bewijzen vele grootstedelijke korpsen, overal in de wereld.

  • We maken binnen de eengemaakte politiezone werk van gespecialiseerde diensten die snelle interventietaken, administratieve verwerking en preventie beter afhandelen. In de eengemaakte zone moet er echte proximité ingericht worden. Een daadwerkelijk nabijheidsbeleid ligt niet bij de bestaande 6 politiezones of de 19 burgemeesters die ze leiden (zoals het vandaag bestuurlijk is geregeld), maar in de buurten en wijken van de stad. Dat is pas nabij.

  • Het Brussels korps moet de stad weerspiegelen. Brussel rekruteert zelf politiepersoneel zoals Antwerpen zodat er meer Brusselse agenten op straat komen die vertrouwd zijn met de grootstedelijke problematiek en de samenlevingsproblemen eigen aan de Brusselse situatie.

  • De Brusselse politiebeambte moet oog hebben voor alle vormen van discriminatie, taal, huidskleur, herkomst, godsdienst, geslacht, seksuele oriëntatie, sociale afkomst of maatschappelijke rang. Dit moet de kapstok zijn van de politieopleiding en het hoofdstedelijk politiebeleid. We ontwikkelen een actieplan tegen etnisch profileren bij lokale politiekorpsen. Dat plan omvat onder meer een registratiesysteem waarbij de redenen van de identiteitscontroles worden opgenomen en waarbij de betrokkene een afschrift van het stop and search formulier krijgt, een uitgewerkt vademecum van richtlijnen en regels over redelijke gronden voor identiteitscontroles en een vormingspakket voor alle politiekorpsen. En uiteraard een (intern) controlesysteem waarbij de data geanalyseerd worden door externe (academische) partners. Bij belangrijke interventies maakt de politie gebruik van bodycams.

  • Politieagenten moeten veel meer dan dat op vandaag uit geval is uit hun voertuig stappen en aanspreekbaar zijn. We stellen voor dat de financiering van de politiezone gedeeltelijk afhankelijk wordt gemaakt van het aantal agenten dat effectief op de straat en op de fiets terug te vinden is.

  • Het beroep van politiebeambte heeft ook een voorbeeldfunctie in onze maatschappij. Iedereen dient respect voor het politieberoep op te brengen. Elk onverantwoord geweld vanwege politiemensen dient de gepaste sanctie of straf te krijgen, maar de regels werken ook in de andere richting. Geweld tegen politiediensten dient hard aangepakt te worden.

  • De wijkagent moet centraal staan in het lokaal veiligheidsbeleid. Hij moet aanspreekbaar zijn midden de mensen en de tijd en ruimte krijgen om naast een aantal administratieve taken ook observator te zijn, contacten te leggen en de bemiddelaar bij uitstek te zijn bij eventuele problemen. Om deze rol te kunnen opnemen moeten er meer wijkagenten opgeleid en ingezet worden in logische en kleinere buurten.

  • De reële interventietijd van de politie na telefonische oproep moet geïnventariseerd worden. Voor niet-dringende oproepen moet er onmiddellijk een afspraak gemaakt worden met betrokkene. Binnen de 24 u moet deze gehoord worden rond zijn of haar klacht of melding.

  • De toestand van straten en buurten dragen bij tot het onveiligheidsgevoel. Elke wijkagent kan rekenen op de ondersteuning van stadswachten die de toestand van de openbare ruimte, infrastructuur, verlichting, obscure plekken in parken en op pleinen, afval dagelijks controleren en registeren.

  • Samen met andere lokale diensten, jeugd- en straathoekwerkers wordt er een buurt- of wijkcel opgericht die op wekelijkse basis samenkomt, onderwerpen bespreekt en coördineert of snel bepaalt welk bestuurlijk niveau of welke dienst voor steun moet geroepen worden.

  • De buurt- of wijkcel nodigt op regelmatige basis jongeren en ouderen die er wonen uit om in dialoog te gaan. Bij deze permante bemiddeling worden ook vrijwilligers ingezet. De buurt- of wijkcelconcepten leggen een vademecum aan van good-practices en de gewestelijke school werkt gepaste preventieopleidingen uit.

  • Er komt een uniforme gewestelijke GAS-boete. De overlastfenomenen waartegen we GAS-boetes inzetten, worden duidelijk afgebakend. Spelende kinderen horen daar niet bij, sluikstorten wel. We verlagen de leeftijd voor GAS- boetes niet. Overdreven snelheid dient zwaarder bestraft te worden dan een GAS- Boete. Ook is nodig dat dergelijke zaken voor de politierechtbank kunnen komen in geval van betwisting. Dat is een signaal dat we deze problematiek ernstig nemen.

  • Iedereen die in het gewest een wachtersfunctie vervult, bij welk bestuur ook, gemeente, BIM, MIVB, ... werkt via eenzelfde deontologische code. Deze mensen krijgen op regelmatige basis bijscholing op maat van de Brusselse problematiek.

`

  • Burgers kunnen bij een ombudsloket terecht om melding te maken van ... We erkennen vertrouwenscentra voor slachtoffers van partnergeweld en familiaal geweld.

  • Er moet een krachtdadige aanpak komen van georganiseerde woninginbraak. De strijd tegen internationale bendes, hun helers en financiële kanalen moet een prioriteit worden voor het veiligheidsbeleid. De schaal van aanpak is deze van de Metropolitane regio. Preventiekanalen en praktische tips tot betere beveiliging moeten op wijkniveau uitgewerkt en verstrekt worden.

  • Autocriminaliteit is een ware plaag. De helft van de Brusselaars heeft al te maken gehad met vandalisme aan, inbraak in of zelfs diefstal van een voertuig. Op problematische plaatsen in de stad moet er permanente camerabewaking komen.

  • Opdat iedereen zich veilig kan verplaatsen op het openbaar vervoer, moet er verder ingezet worden op verlichte stations, renovatie van onaangepaste infrastructuur zoals trappen, tunnels en bruggen. In een aantal gekende probleemstations komt er meer en permanent fysiek toezicht.

Jeugdcriminaliteit

 

  • Ouders zijn en blijven de eerste verantwoordelijken als het gaat om de opvoeding van hun kinderen. Wanneer we investeren in zekerheid en kansen voor jongeren in problematische opvoedingssituatie, doen we dat met de jongere zelf, maar evenzeer met zijn directe omgeving, te beginnen met het gezin. Er is meer gezinsondersteunende hulpverlening nodig zoals thuisbegeleiding, ondersteuning in crisissituaties en tijdelijke, gespecialiseerde dagcentra en residentiële opvang voor kinderen. Instellingen met een signaalfunctie, school, CLB, jeugdpolitie... moeten investeren in het herkennen van signalen en in een snelle opvolging ervan. Wanneer het gezin zelfs met voldoende hulpverlening niet meer kan instaan voor de opvoeding moet er op intensieve wijze geïnvesteerd worden in een nieuwe leefsituatie voor de kinderen en jongeren. Een ketenaanpak is daarbij van belang. Met respect voor de privacy is er een dialoog tussen alle instanties, van straathoekwerker, school tot politie.
     

  • We richten een Brussels Family Justice Center op
     

  • We richten een Forensisch psychiatrisch centrum voor jonge daders van
    seksueel grensoverschrijdend gedrag op.

     

  • We lanceren een preventiecampagne rond seksueel grensoverschrijdend gedrag bij jongeren en kinderen.
     

  • Opdat situaties niet ontsporen moeten ouders op regelmatige basis geïnformeerd worden kinderen door school en de zorgcoördinatoren op school en de mogelijkheden die er bestaan van jeugdhulpverlening.
     

  • In de straten van Brussel zie je vaak kinderen en jongeren tijdens de schooluren rondhangen. Brussel heeft nood aan een globaal spijbelplan gecoördineerd vanuit het gewest dat gebaseerd is op goede ervaringen. Zo moet er langs trajecten die regelmatig gebruikt worden door leerlingen uit het secundair onderwijs meer controle zijn door politie en preventiediensten.
     

  • Nu de gemeenschappen bevoegd zijn geworden voor jeugdbescherming, moet Brussel werk maken van een heldere en open wetgeving waar het belang en de opvoeding van de jongere centraal staan. De Brusselse jeugdrechter moet over het meest ruime arsenaal van maatregelen beschikken zodat een oplossing kan worden gevonden op maat van elke jongere. Naast het volledige aanbod van de Vlaamse en de Franse gemeenschap maakt Brussel werk van een aantal nieuwe maatregelen aangepast aan de Brusselse context, zoals bijvoorbeeld de bemiddeling op vraag van de partijen of een aanbod van ondersteuning van het ouderschap.
     

  • Jongeren die in aanraking kwamen met het gerecht moeten begeleid worden om een educatief of een professioneel perspectief te verzekeren.