©one.brussels

  • White Facebook Icon
  • White Twitter Icon

geëngageerde Brusselaars met

alle Brusselaars in beweging

Sport doet mensen boven zichzelf uitstijgen: sport, dat is ontspannen en amusement maar ook volharden, samenwerken, vallen en terug op staan. De prijs mag daarom nooit een drempel vormen om aan sport te doen. Net als onderwijs verdient sport veel aandacht om tot een gezonde levensstijl en evenwichtige opvoeding te komen. In het onderwijs krijgen vele kinderen en jongeren de mogelijkheid om sport te beoefenen. Ook buiten de schooluren moet het sportaanbod zo goedkoop en toegankelijk mogelijk zijn.
Een sociaal sportbeleid houdt zich bezig met het geven van zoveel mogelijk kansen om aan sport te doen, niet alleen omdat sporten gezond is, maar ook omdat je nooit weet waar het talent vandaan komt. We willen vooral een beleid voeren voor die kinderen die graag sporten, maar dat niet kunnen door een tekort aan voorzieningen, of door de kostprijs van het lidmaatschap.
Sport is een graadmeter voor levenskwaliteit. Investeringen in sport hebben een terugverdieneffect in de gezondheidszorg. Sport is een ondergebruikt middel voor integratie en ontmoeting. Een integraal sportbeleid zit op het kruispunt met onderwijs, welzijn en cultuur.

Sportinfrastructuur

  • De middelen van het Gewest voor sportinfrastructuur worden prioritair ingezet op bovenlokale projecten die tegemoetkomen aan dringende behoeften (zwemwater), innovatie of grote verhogingen van het aanbod.

  • Meten is weten. Het kadaster van Brusselse sportinfrastructuur dat wordt ontwikkeld door Perspective.Brussels moet een werkbaar instrument worden voor sporters om geschikte infrastructuur te vinden, en voor het beleid om hiaten in het aanbod te identificeren.

  • Er komt een gewestelijk infrastructuurplan met aandacht voor spreiding, polyvalentie en specialisatie, los van gemeentegrenzen en -belangen. Op die manier moet een degelijke spreiding komen van infrastructuur zoals zwembaden, hockeyvelden en basketbalterreinen, etc.

  • De Vlaamse Gemeenschap werkte samen met de VGC, Perspective.Brussels en de bouwmeester van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (bMa) aan een gedegen terreinverkenning voor de aanleg van een Vlaams sportcentrum. Wie A zegt moet B zeggen. In de volgende jaren moet Vlaanderen investeren in de realisatie van een ambitieus sportdomein op maat van Brussel. De Abattoir-site in Anderlecht zou daar een perfecte locatie voor zijn. Zowel voor de stedenbouwkundige inplanting als inhoudelijke invulling moet creatief aan de slag gegaan worden. Een sportdomein bouwen in een dense stedelijke omgeving betekent dat het noodzakelijk is te stapelen en functies te mengen. Het aanbod moet op maat van Brussel zijn. Zwembadwater is er tekort, dus zwembaden krijgen prioriteit, omdat ze laagdrempelig en toegankelijk zijn voor iedereen die aan sport wil doen. Sporten die aan populariteit winnen (boksen, padel,…) verdienen eveneens aandacht. We overwegen ook nieuw aanbod uit te bouwen (bv. een polyvalente openluchtwielerpiste).

  • We garanderen de toegang tot zwembaden en zwemlessen voor iedere jonge Brusselaar. Elke Brusselaar moet op de leeftijd van 12 jaar kunnen zwemmen. De toegangsprijs voor de Brusselse zwembaden mag niet afhankelijk zijn van het domicilieadres. De openingsuren van de zwembaden breiden we uit. We voorzien een uitgebreid kinderaanbod. Alle publieke zwembaden blijven open tot 22 uur, en zijn ook open op zon- en feestdagen. We willen één prijsbeleid in heel Brussel”


  • Het beheer van de Brusselse publieke zwembaden overstijgt vaak de mogelijkheden van de gemeenten en gaat daarom naar het gewest. Het gewest zorgt meteen ook voor een beter spreidingsplan voor de renovatie van de zwembaden. 


  • Scholen met sportfaciliteiten moeten meer inspanningen doen om hun infrastructuur na de schooluren of in het weekend open te stellen. De VGC/Gewest zorgen voor meer investeringen in materiaal en infrastructuur die multifunctioneel gebruik mogelijk maken (badgesystemen) en ondersteunen scholen bij vragen over het beheer hiervan. 

  • We creëren meer mogelijkheden om te sporten in de openbare ruimte. Er komen meer street work-out installaties en aangeduide loopparcours. Bestaand cursusaanbod wordt vaker ook in de openbare ruimte georganiseerd, denk aan yogalessen in parken of boksinitiaties op pleinen.

  • Het Gewest moet binnen vijf jaar een hockeystadion voor internationale competities hebben, een basketzaal voor een ploeg die in eerste klasse kan spelen.

  • Er komen meerdere openluchtzwembaden in Brussel. Dat doen we door bestaande vijvers of delen van het kanaal veilig en toegankelijk te maken, tijdelijke constructies op te trekken in de zomermaanden en door minstens één volwaardig openluchtzwembad met hoge capaciteit op een goed bereikbare plek, met glijbanen en speelelementen.


Sportclubs

  • De grote zaalsporten hebben de organisatie van hun competities gekoppeld aan hun structuur, waardoor “Vlaamse” en “Franstalige” clubs niet meer tegen elkaar uitkomen. Omwille van de maatschappelijke functie van de sport en omwille van verplaatsingsmoeilijkheden moeten competities op amateurniveau territoriaal georganiseerd worden. We maken een samenwerkingsprotocol tussen de Gemeenschappen waarbij de subsidiëring van gescheiden structuren gekoppeld wordt aan de organisatie van gemeenschappelijke competities. 

  • De beide Gemeenschappen dienen samen een gemeenschappelijke F-N databank op te richten van gekwalificeerde sportlesgevers en intensieve tweetalige opleidingen (bv redders in zwembaden).

 


Sport als middel tot sociale mobiliteit

 

  • Een sociaal buurtgericht sportbeleid zorgt voor laagdrempelig aanbod in de wijk. Tegelijk moet het horizonten verbreden. Daarom wensen we dat elk Brussels kind de kans krijgt om de stedelijke context te verlaten en een week door te brengen in een sportcontext aan de kust of in de Ardennen.

  • De voorbije legislatuur kantelde Buurtsport vzw in de VGC om een nog betere spreiding van het aanbod, expertise en professionele ondersteuning van clubs mogelijk te maken. Doel blijft om kwetsbare kinderen en jongeren aan het sporten te krijgen. We bouwen verder aan het netwerk van laagdrempelige sportantennes in de wijken. 

  • We verankeren de experimentele subsidies voor sportverenigingen voor het inzetten van jeugdsportbegeleiders en -coördinatoren. Zo nemen de verenigingen naast een sportieve ook een maatschappelijke functie op (sociaalpedagogische begeleiding, vrijwillig engagement aanmoedigen, lessen aanpassen aan ieders leefwereld,…). Sportclubs kampen met grote problemen op vlak van vrijwilligersengagement. We stimuleren samenwerking met inburgeringsinitiatieven zoals BON. Dat is een kans voor nieuwkomers om hun netwerk te verbreden en taal te oefenen, en tegelijk ook een kans voor alleenstaande senioren om sociale contacten te onderhouden.

  • In de schoolcontext kan sport meer ingezet worden om de juiste attitudes en het belang van teamwork aan te leren. Sport kan empoweren. 

  • De Paspartoe vrijetijdspas van de VGC werd de voorbije legislatuur opengesteld naar het sportaanbod. De pas moet uitgroeien tot een krachtig middel om de sportparticipatie te verhogen, voor alle Brusselaars via een puntenspaarsysteem, voor kansarme Brusselaars via specifieke kortingen. We evalueren het gebruik van de Paspartoe en maken hem gebruiksvriendelijker.

  • Brussel is een moeilijke stad voor minder mobiele mensen, zoals ouderen of mensen met een beperking. Wij willen dat de sportinfrastructuur voor iedereen toegankelijk is en een geïntegreerd inclusief sportbeleid in samenwerking met sociaal-culturele en welzijnsorganisaties.

 

 

Bevoegdheden

 

  • De kerntaak van het Gewest is het uittekenen van een regionale strategie voor sportinfrastructuur. Alle bovenlokale sportinfrastructuur – van zwembaden tot atletiekpistes – wordt gewestelijk.

  •  

  • De Gemeenschappen en de Gemeenschapscommissies sluiten een samenwerkingsakkoord over opleiding, federaties, competities, etc. Zo wordt onder meer tegengegaan dat clubs gedwongen worden te kiezen voor deze of gene competitie om aanspraak te maken op middelen. 

  • We wensen een gezamenlijke strategie tussen de Vlaamse en Franse Gemeenschapscommissies om ervoor te zorgen dat in zoveel mogelijk sporten zoveel mogelijk Brusselse kinderen terecht kunnen in de taal van hun keuze, via een versterking van de band tussen onderwijs en sportverenigingen en via een beleid dat de betrokkenheid van ouders verhoogt.