©one.brussels

  • White Facebook Icon
  • White Twitter Icon

geëngageerde Brusselaars met

naar een klimaatneutrale stad

Klimaatverandering is de uitdaging van deze eeuw. Klimaatverandering is al lang geen theoretisch gegeven meer. Vandaag is de gemiddelde temperatuur al 1°C warmer dan voor de industriële revolutie. De mensen zijn – terecht – ongerust over de koorts van het klimaat en het stilzitten van overheden. Maar ook de luchtvervuiling, het uitputten van grondstoffen en fossiele energievoorraden, het verlies van biodiversiteit, ... zetten onze leefkwaliteit en die van onze (klein)kinderen onder druk.
Terwijl steden laboratoria voor het aanpakken van milieuproblemen zouden kunnen zijn, is Brussel nog te vuil, gebruiken we te veel energie en grondstoffen en zijn we kwistig met ruimte en met groen. De ooit beloofde ‘groene hoofdstad’ zijn we niet. Maar er zijn kiemen van verandering en de Brusselaar vraagt naar een meer duurzame en leefbare stad.
Er is een sterke overheid nodig, die de weg toont en het goede voorbeeld geeft. We hebben al hard gewerkt op vlak van mobiliteit (voetgangerszones, uitbouw fietspaden, investeringen in openbaar vervoer, P+R, ...). We willen daarin verder gaan. Onze ambities inzake terugdringen van autoverkeer zijn hoog. Maar uiteraard gaat het niet alleen over verkeer. Beleidsmakers moeten de noodzakelijke verandering tot stand brengen en mensen ondersteunen om minder energie te gebruiken, minder afval te produceren en hun ecologische voetafdruk te verkleinen. We mogen niet alles van de markt of van de burger verwachten.
We willen ervoor zorgen dat de duurzame omslag die we moeten maken niet ten koste gaat van de koopkracht van de laagste en gemiddelde inkomsten, maar dat zij in tegendeel ook beter worden van het milieu- en energiebeleid. We willen dat de verdeling van lasten, maar ook de lusten van het duurzaamheidsbeleid, eerlijk gebeurt. De sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen, iedereen moet mee kunnen profiteren van de jobs, het groen en de betere leefkwaliteit.

Brussel loopt voorop in het klimaatbeleid

  • Er moet een nieuw en ambitieus Lucht-Klimaat-Energieplan komen dat zich volledig inschrijft in de doelstelling van het akkoord van Parijs om de wereldwijde temperatuurstijging tot ver onder de 1,5°C te beperken. Dit betekent dat we tegen 2040 klimaatneutraal zullen moeten zijn.
     

  • De Brusselse Regering moet in de Belgische en Europese beslissingsorganen ook ijveren voor een voluntaristisch en ambitieus beleid op vlak van de beperking van de uitstoot van broeikasgassen, energiebesparing en hernieuwbare energie. Brussel zal ook loyaal samenwerken om de Belgische doelstellingen uit te voeren.
     

  • De inkomsten die Brussel genereert uit de verkoop van emissierechten voor bedrijven die CO2 uitstoten moeten integraal naar het klimaatbeleid gaan. Op die manier kunnen we de Brusselaar helpen om zijn CO2 gebruik te verminderen zonder dat hij of zij daarvoor aan koopkracht moet inboeten.
     

  • We willen dat minstens 35% van het geld dat wordt uitgetrokken voor onderzoek en ontwikkeling rechtstreeks meehelpt aan het realiseren van onze klimaatdoelstellingen. Op die manier bouwen we een toekomstgerichte industrie en dienstensector uit, met duurzame jobs.
     

  • We bouwen alle overheidssubsidies en belastingverminderingen voor fossiele brandstoffen af en waken erover dat instellingen en organisaties waarin de Brusselse overheden participeren niet langer investeren in de ontginning of productie van fossiele brandstoffen. We formuleren ethische en duurzaamheidscriteria waaraan elke financiële instelling waar overheden mee samenwerken moet voldoen.
     

  • De vleesindustrie is wereldwijd een sterke bron van broeikasgassen. Minder vlees eten is duurzamer en ook gezonder. We introduceren in scholen, bedrijfsrestaurants, ... minstens één vegetarische dag per week en zorgen dat er altijd een kwaliteitsvol vegetarisch en/of veganistisch aanbod is.

Energie

 

  • We zorgen dat de distributienettarieven voor elektriciteit en aardgas niet stijgen. We voeren geen nieuwe verdoken kosten in ten laste van deze tarieven; als er investeringen in nieuwe zaken nodig zijn financieren we die vanuit de overheid en niet door de consument ervoor te laten betalen.

  • We houden onze energie-infrastructuur in publieke handen en beheren deze infrastructuur op een efficiënte, duurzame, transparante en toekomstgerichte manier. Sibelga moet volledige transparantie bieden over investeringsplannen, tariefstructuur en vergoedingen aan aandeelhouders en bestuurders.
     

  • De overheid loopt voorop in de energietransitie. Overheidsgebouwen moeten exemplarisch zijn op vlak van energiegebruik en energiebeheer. De overheid betrekt als grote werkgever haar personeel bij het energiezorgsysteem voor overheidsgebouwen.

  • We investeren in een performante en moderne openbare verlichting, die volop de kaart van zeer zuinige LED-verlichting trekt, lichtvervuiling beperkt en kan worden gemoduleerd in functie van de nood.

  • We bouwen nieuwe woningen voor de toekomst. Dat betekent woningen die energieneutraal en dus ook energiekosteloos zijn. Maar ook makkelijk aanpasbaar voor gezinnen waarvan de samenstelling verandert en aangepast aan de klimaatverandering die sowieso op ons af komt. We zorgen dat nieuwe woningen niet langer met fossiele brandstoffen worden verwarmd; we voorzien een uitfasering van steenkool (onmiddellijk), stookolie (2025) en aardgas (2030) ten voordele van hernieuwbare energiebronnen.

  • Bij de ontwikkeling van nieuwe wijken komt er collectieve infrastructuur. Zo besparen gezinnen kosten, energie en plaats, maar hebben ze toch toegang tot duurzame diensten en infrastructuur. Dit gaat van duurzame energieproductie (zonnepanelen, warmtepompen, warmtekrachtkoppeling), over warmtenetwerken, deelauto’s, gezamenlijke fietsenstallingen en speeltuigen tot zelfs gezamenlijke polyvalente ruimten en berging.

  • Brussel heeft een relatief oud woningenpark, dat we versneld moeten e- noveren en verbeteren. De renovatiegraad moet dringend omhoog, niet enkel om woningen energiezuinig te maken, maar ook om ze aan te passen aan de hedendaagse normen en verwachtingen op vlak van comfort, geluidsisolatie, veiligheid, ...

  • We zorgen dat overal laagdrempelige uitleendiensten voor renovatiemateriaal van Tournevie Bxl (vandaag vestigingen in Molenbeek en Elsene) zijn, zodat doe-het-zelvers geen dure spullen moeten kopen om hun woning te renoveren. Tournevie heeft plannen om volwassenen ook bij te scholen zodat ze kleine, eenvoudige verbouwingswerken zelf, op een veilige manier, kunnen uitvoeren. Ook dat project willen we verder ondersteunen.

  • Naast de uitleen van renovatiemateriaal zijn er in de hoofdstad nog materialen die kunnen gedeeld worden: zo denken we aan verhuisdozen. Dagelijks verhuizen enkele honderden Brusselaars. De aangekochte kartonnen dozen belanden meestal na de verhuis in de vuilnis. Nochtans kunnen heel wat van die dozen opnieuw gebruikt worden. Het enige wat ontbreekt is een ophaling en stockageruimte.

  • We willen eigenaars vooral overtuigen tot het renoveren van hun woning op sleutelmomenten in hun leven of in de levensduur van de woning, zoals bij aankoop, bij gezinsuitbreiding, bij wijzigingen van huurder of huurovereenkomst, bij een erfenis, ... De overheid biedt hierbij op verschillende manieren maximale ondersteuning: door via de woningpas de juiste informatie en adviezen te geven over mogelijk te nemen renovatie-ingrepen in de woning, door gerichte premies voor bepaalde maatregelen (renovatiepremies), door dubbele premies voor wie in een financieel kwetsbare positie verkeert, door een aangepaste fiscaliteit en door een voorzienbaar toekomsttraject van normering.

  • We willen een grootschalig isolatieprogramma invoeren met als principe ‘terugbetaling via de meter’. Hierbij organiseert de netbeheerder (Sibelga) een groepsaankoop voor de uitvoering van isolatiemaatregelen (dak-, muur- en vloerisolatie, hoogrendementsbeglazing) of investeringen in duurzame energie (zonnepanelen, warmtekrachtkoppeling) en schiet het bedrag voor. Gezinnen betalen de investering terug via hun energiefactuur, maar de kost mag niet hoger liggen dan wat ze vroeger aan energie betaalden. De terugbetaling via de meter, houdt ook in dat als er een andere huurder in het huis komt wonen of de eigenaar de woning zelf betrekt, de afbetaling verder kan lopen. Met andere woorden de terugbetaling moet niet binnen de duurtijd van de bestaande huurovereenkomst lopen. Het voordeel is dat gezinnen geholpen worden bij het zoeken van geschikte producten en uitvoerders, bij de financiering en dat de investering niet afhankelijk is van de huurtijd van de woning. De huidige subsidies en premies voor energiebesparing worden behouden, maar moeten niet langer door de gezinnen worden aangevraagd maar worden rechtstreeks gebruikt voor de afbetaling.

  • Wie een woning huurt, kan ze moeilijk grondig renoveren. Nochtans draait hij of zij wel op voor de energiekosten, en die lopen soms hoog op. Wij willen dat eigenaars van huurwoningen verplicht worden om een basis energieperformantie in de woning te garanderen, met een zekere overgangstijd zodat ze bijvoorbeeld kunnen wachten met de werken tot tussen twee huurperioden in. Tegen 2030 moeten alle woningen minstens over dakisolatie en hoogrendementsbeglazing beschikken. Woningen met verwarming op steenkool (ongezond en gevaarlijk) of elektriciteit (te duur) moeten worden overgeschakeld op een schone en betaalbare verwarmingsbron.

  • Wie huurt van de overheid, bijvoorbeeld een sociale woning, heeft uiteraard ook recht op een woning waarvan de energiekosten betaalbaar blijven. Elke sociale huisvestingsmaatschappij moeten een renovatieprogramma opstellen waarbij ze aangeeft hoe ze haar woningenpark e-noveert (= energiezuinig maakt), wat de prioriteiten zijn, welke woningen niet meer in aanmerking komen voor diepgaande renovatie en dus gesloopt zullen worden, ... Woningen die omwille van een gegronde reden (bijvoorbeeld de sloop is gepland) niet snel kunnen worden verbeterd, kunnen enkel met een korting worden verhuurd. Zo draait de huurder niet op voor een hoge energiefactuur waarover hij of zij zelf geen controle heeft.
     

  • Om onze klimaat- en energiedoelstellingen te halen moeten we de renovatiegraad in ons woningenbestand verdrievoudigen. Dat is een hele opdracht, maar het biedt ook de kans om heel wat jobs te creëren. We zullen heel wat architecten, elektriciens, isolatiewerkers, glazeniers, ... nodig hebben de volgende jaren. Om een woning energiezuinig te (ver)bouwen is ook een heel andere aanpak nodig: een goede werfopvolging, goede afspraken tussen de verschillende bouwtechnici en de architect, ... We zorgen voor een programma in het onderwijs en bij Actiris/VDAB/FOREM om de opleiding en vorming voor deze ‘groene jobs’ op te waarderen.
     

  • Er komt een rollend fonds voor energetische renovatie van noodkoopwoningen. Wie een kwalitatief minderwaardige woning aankoopt, krijgt de middelen om deze te renoveren, maar moet deze middelen terugbetalen bij verkoop. Op die manier kunnen deze subsidies opnieuw worden ingezet om andere woningen te renoveren.

  • Kleine KMO’s en non-profit organisaties kunnen gebruik maken van een gratis energieaudit. De energieadviseurs brengen een bezoek ter plaatse, maken een energierapport en zorgen voor energie-coaching. Het gaat erom de investeringsprioriteiten te identificeren en de opportuniteiten te grijpen. Bij grotere bedrijven koppelen we de steun voor een energieaudit aan de uitvoering van de voorgestelde economisch rendabele maatregelen. Bij de bouw van kantoor- en andere grote gebouwen willen we verplichten groene energie te produceren via zonnepanelen, zonneboilers, warmtepompen of warmtekrachtkoppeling (WKK). Ziekenhuizen, zwembaden, kantoorgebouwen hebben een grote warmtebehoefte. Deze warmte wordt best duurzaam geproduceerd. Met warmtekrachtkoppeling wordt elektriciteit gemaakt op een duurzame manier. De restwarmte van de verbranding wordt namelijk gebruikt om gebouwen te verwarmen.
     

  • Bij de bouw van kantoor- en andere grote gebouwen willen we verplichten groene energie te produceren via zonnepanelen, zonneboilers, warmtepompen of warmtekrachtkoppeling (WKK). Ziekenhuizen, zwembaden, kantoorgebouwen hebben een grote warmtebehoefte. Deze warmte wordt best duurzaam geproduceerd. Met warmtekrachtkoppeling wordt elektriciteit gemaakt op een duurzame manier. De restwarmte van de verbranding wordt namelijk gebruikt om gebouwen te verwarmen.

  •  

  • Niet iedereen in de stad heeft de mogelijkheid om zelf hernieuwbare energie te produceren. Wij willen dat de overheid mensen helpt een energiecoöperatie op te richten of erin te participeren. Deze coöperaties investeren in de productie van hernieuwbare energie op geschikte sites en daken met zonnepanelen, warmtepompen, WKK of kleine windturbines.

Water

  • Drinkwater is een basisrecht. We zorgen ervoor dat de drinkwatertarieven niet sneller stijgen dan de inflatie. We stellen een actieplan op om drinkwaterarmoede aan te pakken. We zorgen ervoor dat zoveel mogelijk mensen een maandelijkse digitale drinkwaterfactuur ontvangen om onaangename verrassingen te voorkomen. Wie zijn of haar factuur niet kan betalen moet door bemiddeling van het OCMW een realistisch afbetalingsplan ontvangen.
     

  • We stellen een grootschalig renovatieprogramma voor onze rioleringen op. De huidige riolen zijn soms in slechte staat, wat zinkgaten op straat veroorzaakt. In nieuwe wijken zorgen we voor gescheiden riolering (regenwater en afvalwater). Bij renovatie van de riolering wordt meteen ook de openbare ruimte heraangelegd.

  • Regenwater kan in de verharde stedelijke omgeving moeilijk in de grond dringen. Dit verhoogt het risico op overstromingen en drijft de kosten op van dure collectoren. Daarom komt er een actieplan om openbare ruimte te ontharden (doorlaatbare klinkers, wadi’s, grachten, stukjes groen, kleine vijvers, groendaken). (zie ook ontharding in hoofdstuk openbare ruimte)

  • Bij nieuwe gebouwen hanteren we strenge eisen op vlak van de opvang van regenwater in regenwaterputten en waterbekkens, de vertraging van regenwater via groendaken en de infiltratie, door voldoende ontharde zones te voorzien. Bij nieuwbouw voorzien we een installatie dat het grijze water hergebruikt voor toiletspoeling.

  • Water speelt een belangrijke rol in het afkoelen van de stad. We willen meer openbare fonteinen, waterpartijen, vijvers, wadi’s, enzovoort. De bestaande fonteinen, waterpartijen en vijvers moet ook beter worden onderhouden.

  • We promoten de consumptie van kraantjeswater, het is lekker, veilig en spaarzaam op verpakking en transport. We willen meer drinkwaterfonteinen op publieke plaatsen. We willen in overleg met de Horeca dat ook in Brusselse restaurants, zoals in de VS en Frankrijk (carafe d’eau), kraantjeswater gratis wordt geschonken voor wie een ander drankje consumeert.

  • Opensource.brussels recupereert opgepompt grondwater van bouwwerven zodat het bruikbaar is voor andere toepassingen (bevloeiing van tuinen, netheidswagens). Het bespaart leidingwater. Zulke initiatieven moeten op grotere schaal gebeuren. Ook voor andere afvalstromen uit de stad (denk aan rioolwater, industrieel afvalwater, voedselresten, huishoudafval, ...) moeten bestaande processen worden geoptimaliseerd.

Luchtkwaliteit
 

  • We breiden het meetnetwerk voor luchtverontreiniging gevoelig uit, ook met secundaire meters, gelinkt aan de officiële meetstations. We zorgen dat alle Brusselaars via moderne technieken (apps) in real-time de luchtkwaliteit kunnen raadplegen. De informatie wordt in real-time weergegeven in de publieke ruimte: aan de kruispunten, bushaltes, in metrostations.
     

  • We hervormen de verkeersfiscaliteit grondig en spoedig. We zorgen dat nieuwe milieuonvriendelijke wagens, zoals diesels, meer verkeersbelastingen moeten betalen en elektrische wagens minder. We zorgen er wel voor dat arme mensen met een oude wagen niet het kind van de rekening zijn; voor tweedehandsauto’s zorgen we voor een overgangsregeling. We eisen van de federale regering dat het systeem van salariswagens op de schop gaat: loon moet in euro’s worden betaald in plaats van in auto’s. Wonen in de stad in plaats van met de wagen naar het werk rijden moet fiscaal worden aangemoedigd.
     

  • We bouwen verder een netwerk van publieke laadinfrastructuur uit om de doorbraak van elektrische voertuigen te bewerkstelligen. Dit netwerk bestaat uit een basisnetwerk in heel Brussel en de mogelijkheid voor eigenaars van een elektrisch voertuig om een laadpunt aan te vragen als er geen oplaadmogelijkheid onmiddellijk in de buurt is. Daarnaast verplichten we de installatie van oplaadpunten in parkings en parkeergarages.
     

  • De Lage Emissiezone wordt versneld ingevoerd. Tegen 2025 moeten alle diesels de stad uit, tegen 2030 alle voertuigen met een verbrandingsmotor. Bij de aanpassing van steenwegen in éénrichtingstraten, krijgt elke centrumwijk een lussensysteem. Doorgaand autoverkeer en verkeer op zoek naar parkeerplaats gaan we tegen. In dichtbevolkte wijken of wijken met veel historisch erfgoed voeren we op korte termijn zero-emissie zones (ZEZ’s) in; dit zijn zones waar enkel nog elektrische voertuigen worden toegelaten. Voor wie zijn of haar wagen (en nummerplaat) weg doet breiden we de Brussel’Air premie uit naar deelsteps en taxicheques.
     

  • De bussen van de MIVB, De Lijn en de TEC vervullen een voorbeeldfunctie. Er worden na 2022 enkel nog nieuwe elektrische bussen aangekocht en deze worden prioritair in dichtbevolkte wijken ingezet. De diesel- en hybridebussen worden uitgefaseerd, in functie van de lopende tests. In 2030 zijn de volledige busvloten van MIVB, en de bussen die De Lijn en TEC in Brussel gebruiken emissievrij.
     

  • Wij willen geen vuile voertuigen meer op de baan. Slecht afgestelde motoren kunnen zorgen voor een heel hoge uitstoot van NOx en fijnstof. Een roetfilter in de wagen is verplicht, maar veel automobilisten verwijderen de roetfilter uit hun dieselauto als ze niet meer werkt. Dat is fraude. De autokeuringscentra moeten deze fraude actief opsporen en sanctioneren.
     

  • In Brussel rijden te veel auto’s rond die niet voldoen aan de technische normen omdat ze niet werden gekeurd. In 2008 reden er naar schatting 25.000 voertuigen rond in Brussel zonder geldig keuringsbewijs. we voeren de controles op. Door het gebruik van de intelligente camera’s die de Lage Emmissiezone (LEZ) moeten handhaven en door de kruising van de databanken, worden voertuigen die geen geldig keuringsbewijs hebben opgespoord, beboet en van de weg gehaald.
     

  • We scherpen het luchtpollutieplan aan op korte termijn. Bij gevaarlijke luchtverontreiniging worden diesels verboden in de stad en wordt carpoolen op de invalswegen verplicht.

  • We organiseren jaarlijks een autoloze zondag in de lente, zomer en herfst in het hele gewest. Daarnaast organiseren we autoloze dagen in verschillende wijken, gelinkt aan evenementen, kermissen en braderijen.

Dierenwelzijn
 

  • We voeren een campagne om verwilderde katten te steriliseren en huiskatten te laten registreren met een chip. Er komt een centrale website voor de registratie van verloren en gevonden katten. Het voederen van duiven wordt veel sterker afgeraden. Slechtvalken helpen de duivenpopulatie op natuurlijke wijze onder controle te houden, dus beschermen we de bestaande nesten en zetten we nieuwe vogels uit. We voeren een actief beleid (o.a. met stenen eieren) om de duivenpopulatie te verminderen.

  • Er is in Brussel nauwelijks opvang voor kleine huisdieren wanneer Brusselaars enkele dagen op vakantie willen gaan. Veel inwoners hebben ook niet de mogelijkheid om hun huisdier bij een familielid of vriend te laten. We bekijken hoe we dit vraagstuk kunnen oplossen.
     

  • We zorgen voor extra hondenvriendelijke plekken in Brussel. We creëren nieuwe hondenloopweides.
     

  • We richten een gewestelijk Animal Cops-corps op, dat optreedt tegen dierenmishandeling in ons gewest. Elk dier heeft recht op een dierwaardig bestaan.

  • We zoeken samen met specialisten en erkende religies en in dialoog een gedragen oplossing voor het slachten van dieren voor vleesconsumptie en zorgen ervoor dat dieren onder aanvaardbare omstandigheden worden geslacht, zonder dat de vleesproductie zich gewoon verplaatst naar andere landen.
     

Geluidsoverlast
 

  • Vliegtuiglawaai willen we in de eerste plaats voorkomen. Er zijn geen vluchten met lawaaierige vliegtuigen boven het Brussels Gewest tussen 22 en 7 uur. De federale overheid moet er ook voor zorgen dat vliegtuigen via de meest geschikte route opstijgen om zo weinig mogelijk lawaai te produceren. Vliegtuigmaatschappijen die de wetgeving niet respecteren worden bestraft. We objectiveren het debat en stellen een onafhankelijk internationaal expertpanel aan dat een voorstel formuleert aan de betrokken Gewesten en de Federale overheid. We houden rekening met de bevolkingsdichtheid binnen en buiten Brussel. We verlengen de piste in Zaventem om het probleem van de geluidsoverlast te verminderen. We gaan voor een verbod van vluchten onder de 500 kilometer.

  • Het verbod op quads moet worden uitgebreid tot heel Brussel. We willen de lage emissiezone uitbreiden naar een lage lawaaizone: luidruchtige types motorfietsen en brommers willen we de toegang tot Brussel verbieden; vanaf 2022 mogen enkel nog emissievrije (en dus geluidsarme) motorfietsen worden verkocht. Na 2025 laten we enkel nog elektrische scooters en motorfietsen toe. De politie moet optreden tegen straatracers.

  • We voeren een algemene zone 30 in alle woonwijken in en handhaven ze, ook voor motorfietsen. (zie ook hoofdstuk mobiliteit)
     

  • We willen een strengere controle op lawaai van werven en op het respecteren van de uren waarop mag worden gewerkt. Als er onvermijdelijk veel lawaai zal worden gemaakt, moet de buurt daarvan op voorhand worden ingelicht door de werfverantwoordelijke.
     

  • We willen dat nachtleveringen in de stad enkel met elektrische voertuigen plaatsvinden. We zetten in op slimme bevoorrading van de stad. Het bestaande City Depot wordt versterkt en op andere plekken uitgebreid. We reduceren het aantal aparte leveringen die zeer veel verkeer genereren met een regulerend kader. (zie ook hoofdstuk mobiliteit)
     

  • We verplichten dat alle huurwoningen worden voorzien van minstens dakisolatie en hoogrendementsbeglazing tegen 2030 (zie ook hoofdstuk energie). Een goede isolatie beschermt de huurders ook tegen lawaaioverlast.
     

  • Het geluidsniveau van sirenes is te weinig gereglementeerd in Brussel. Te vaak worden sirenes gebruikt als ze niet echt nodig zijn en het geluidsniveau is niet altijd aangepast aan de situatie en het achtergrondgeluid. Er moet een duidelijke en uniforme wetgeving komen die de overlast door sirenes aan banden legt.
     

  • Stilteplekken/luwteplekken zijn even noodzakelijk als schone lucht. We stellen een geluidsactieplan op met acties om geluidsknelpunten aan te pakken en geluidshinder te voorkomen maar ook met manieren om stille plekken te beschermen en in kaart te brengen. Zo ontstaat er een netwerk van verstillende plekken in de stad, verbonden met trage wegen en paden. Ons streefdoel daarbij is dat iedere Brusselaar op loopafstand van zijn woning een plek heeft waar hij even uit de drukte van de stad kan stappen.
     

Groen in de stad
 

  • Elk park krijgt zijn parkverantwoordelijke die eenvoudig te bereiken is bij netheidsproblemen of bij kleine beschadiging. We voeren ook een systeem van ‘peter- en meterschap’ in voor kleine stukjes groen, waarbij buurtbewoners een oogje in het zeil houden en het verantwoordelijke bestuur verwittigen als er bijvoorbeeld iets stuk is.
     

  • We willen een ‘groene toets’ bij het (her)aanleggen van straten en pleinen. Het moet een automatisme worden om inheemse bomen, planten, groenruimtes, en waterpartijen te integreren in de plannen voor nieuwe straten of pleinen. Dat oogt mooi, is goed voor het gemoed, én vangt het fijnstof van gemotoriseerd verkeer op.
     

  • Het Zoniënwoud moeten we beter ontsluiten met het openbaar vervoer (vooral in het weekend) en de fiets zodat meer Brusselaars ervan kunnen genieten. Het Ter Kamerenbos maken we ook in de week autovrij. We garanderen de stilte en de rust; we verbieden luidruchtige events of sporten in bosgebieden.
     

  • We voeren het vrijetijdsloopplan dat we uittekenden in het Brussels Parlement uit. We zorgen voor bewegwijzerde looproutes naar en in de parken en de stadbossen van het gewest. Bij populaire loopgebieden zorgen we voor openbare toiletten, lockers en drinkfonteinen.

  •  

Circulaire economie
 

  • We stellen samen met de federale overheid een routekaart circulaire economie op via een participatief proces. Zo wordt de versnippering van het circulair en industrieel beleid tegengegaan. De routekaart bevat concrete doelstellingen voor grondstoffengebruik in verschillende sectoren. Zo willen we tegen 2035 dat de hoeveelheid bouw- en sloopafval, kantoor- en industrieafval en huishoudelijk afval met minstens 25% wordt verminderd ten opzichte van 2015. Om deze sectorale doelstellingen te verwezenlijken voorzien we per sector gerichte maatregelen.
     

  • We stellen een actieplan op om de verbranding van afval uit te faseren tegen 2030. We optimaliseren de milieu- en energieperformantie van de verbrandingsoven van Neder-over-Heembeek en zorgen voor het nuttig gebruik van de restwarmte na energieopwekking via de uitbouw van een warmtenet.
     

  • We zetten in op de hersteleconomie. We bouwen een netwerk van reparateurs uit, naar het voorbeeld van Frankrijk. We stimuleren tewerkstelling in dit knelpuntberoep, werken financiële en educatieve maatregelen uit om deze mensen extra kansen te geven. Via een goede geografische spreiding bieden we (al dan niet leegstaande) gebouwen of ruimtes aan voor reparatie-ateliers, we zorgen voor begeleiding en ontzorging via een team van facilitatoren. Gebouwen en ruimten kunnen ook dienen voor FabLabs, Repaircafés en andere complementaire initiatieven.
     

  • De ondoordachte sloop van grote gebouwen levert heel wat afval, transport en overlast op en doet heel wat energie (bijvoorbeeld voor de bereiding van cement en beton) verloren gaan. We voeren een belasting per kubieke meter sloopafval bij de sloop van grote gebouwen in en gebruiken de opbrengst om het hergebruik van afbraakmaterialen te stimuleren.
     

  • We werken een Brusselse plastiek-strategie uit die de richting uitzet rond inzameling, verwerking, milieu-impact en alternatieven. Maar bovenal zetten we in op het niet langer gebruiken van plastiek voor eenmalig gebruik: we verbieden wegwerpplastiek waarvoor perfecte alternatieven bestaan (zoals plastiek zakjes, rietjes, wegwerpbekers, ...) en voeren een statiegeldsysteem in voor blikjes, plastic of glazen flessen en potten. Zo sluiten we niet alleen de materialenkringloop, we gaan ook zwerfvuil tegen.
    Ook voor artikelen die waardevolle metalen bevatten voeren we statiegeld of een inruilpremie in. 675. We stimuleren winkels om producten in bulk te verkopen. Voor producten waarvoor dat niet mogelijk is moeten ze het afval terugnemen.

  • Bij renovaties en onderhoud van publieke infrastructuur gebruiken we bio- gebaseerde materialen; dit is gezonder, heeft minder impact op het milieu en maakt hergebruik makkelijker.