©one.brussels

  • White Facebook Icon
  • White Twitter Icon

geëngageerde Brusselaars met

Een betaalbare crèche in de buurt

 

Kinderopvang is cruciaal voor de maatschappelijke participatie van kinderen én ouders. Kinderopvang laat ouders toe een opleiding te volgen, te solliciteren, in de stad te blijven wonen, zich te ontspannen. Maar kinderopvang is er niet enkel om de zorg van werkende (of werkzoekende) ouders over te nemen. In de crèche worden kinderen geprikkeld. Kinderopvang stimuleert de (taal)ontwikkeling van kinderen, of hun ouders werken of niet.

Wil Brussel de demografische explosie opvangen en de toenemende armoede bestrijden, dan is er meer betaalbare kinderopvang nodig. Ouders kampen nu al met problemen om kinderopvang te vinden. Alle Brusselse gezinnen hebben recht op kinderopvang. Een kinderopvang met twee snelheden – voor arme en rijke gezinnen en voor arme en rijke wijken – is ontoelaatbaar. Voor elk kind waarvan de ouders nood hebben aan kinderopvang moet er plaats in een crèche zijn. Die plaatsen moeten kwaliteitsvol zijn en inkomensgebonden tarieven hanteren.

one.brussels ook voor kinderopvang

  • In Brussel zijn de beide gemeenschappen bevoegd voor kinderopvang. Er wordt geen gemeenschappelijke behoefte vastgesteld. Er is geen overleg tussen beide gemeenschappen over de inplanting van nieuwe kinderdagverblijven. Samenwerkingen tussen kinderdagverblijven van beide gemeenschappen worden hierdoor moeilijk gemaakt. We willen betaalbare en kwaliteitsvolle kinderopvang voor alle kinderen in Brussel. We willen een Masterplan Kinderopvang voor Brussel met een duidelijke regierol voor het gewest in overleg met de gemeenschappen: het gewest brengt de toereikendheid van het bestaande aanbod en de nood aan nieuwe plaatsen in kaart. Het stelt een gedetailleerd groeipad op van de capaciteitsverhoging en spreiding van nieuwe kinderopvangplaatsen. Het stelt een best practice databank op over geslaagde initiatieven en methodieken en het stemt het inschrijvingsbeleid van ONE (Office de la naisance et de l’enfance) en Kind en Gezin (K&G) op elkaar af. Zo krijgen we ook meer zicht op dubbelinschrijvingen en kunnen de behoeften per wijk continu worden opgevolgd.

  • We richten 1 centraal loket met gedecentraliseerde antennes in de wijken en een toegankelijke centrale website op voor ouders die er terecht kunnen voor aanvragen rond opvang en onthaalouders. Het Gewest heeft hierin een coördinerende rol. Het loket verwijst door naar het Nederlandstalige, Franstalige of tweetalige aanbod dat we inrichten.

  • De GGC heeft momenteel de mogelijkheid om crèches te erkennen en dus ook op te richten. De administratie van het Brussels Gewest heeft vandaag al een tweetalig kinderdagverblijf voor personeelsleden. We creëren het allereerste publieke tweetalige kinderdagverblijf, aanvullend op het Franstalig en Nederlandstalig aanbod. We garanderen de tweetaligheid door minimum taalvereisten.

Capaciteit

 

  • Wij willen voor alle kinderen een recht op kinderopvang. We willen dat de participatiegraad bij kinderopvang even hoog ligt als het kleuteronderwijs. Daarvoor is meer plaats nodig. Ondanks dat er de voorbije 5 jaar een grote inhaalbeweging is gebeurd om de capaciteit bij de Nederlandstalige opvang te verhogen is er nu nog altijd een groot tekort.

  • In 2025 zullen er in Brussel 59.227 kindjes wonen onder de 3 jaar. In 2017 waren er 19.784 plaatsen, waarvan 7.195 Nederlandstalig. Om ervoor te zorgen dat elk kind minstens enkele dagen in de week naar kinderopvang kan gaan, moet minstens twee plaatsen voorzien worden per drie kinderen. Op Brussels niveau wil dit zeggen dat er 19.701 moeten bijkomen, voor het Nederlandstalig aanbod 5966. We willen daarom dat de huidige inspanningen drastisch worden opgevoerd om het aantal plaatsen in de kinderopvang in snel tempo te verhogen. We doen dit via een groeipad dat ook wordt afgestemd op de groei van het aantal plaatsen in het Nederlandstalig onderwijs omdat we geloven in een doorstromingslogica.

  • De VGC neemt de regierol op voor de Nederlandstalige kinderopvang. Zij waakt erover dat in elke wijk het recht op kinderopvang gevrijwaard wordt. Indien nodig, koppelt ze financieringsvoorwaarden aan de aanbieders afhankelijk van aanwezigheid in de verschillende wijken. De Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) vult het financieringsbeleid van de Vlaamse gemeenschap aan door werkingsmiddelen vrij te maken in afwachting van een goedkeuring door Kind & Gezin. De VGC is ook het best geplaatst om het middenveld in Brussel te engageren en moet de non-profit actief opzoeken en stimuleren om initiatieven op te starten.

  • Het Brussels gewest stimuleert de capaciteitsverhoging in de kinderopvang via de stadsvernieuwingscontracten en via dotaties aan de gemeenschapscommissies.

  • Citydev voorziet in grote huisvestingsprojecten en bedrijvencentra verplicht niet allen de nodige gemeenschapsruimten, maar ook een ruimte voor een kinderdagverblijf. Die ruimte kan Citydev dan verkopen of verhuren aan een initiatief van kinderopvang.

  • Wij willen werkgevers bewust maken voor gezinsvriendelijk ondernemen. We stimuleren organisaties en bedrijven om kinderopvang aan te bieden.

  • Het aantal onthaalouders in Brussel moet dringend de hoogte in. In Vlaanderen zit 38 % van de kinderen bij een onthaalouder, in Brussel 1 %. Nochtans is het belangrijk dat Brusselse ouders de mogelijkheid krijgen hun kind bij een onthaalouder achter te laten, bijvoorbeeld wanneer een kind hoogsensitief is en minder aardt in grotere groepen.

  • We willen elk gebouw dat beschikbaar is voor kinderopvang zo snel mogelijk effectief invullen. Op korte termijn moet vooral het aantal door Kind en Gezin of ONE erkende (en dus gesubsidieerde) kindplaatsen de hoogte in. Dat is absoluut nodig om initiatieven die via een wijkcontract of de gemeente beschikken over middelen voor infrastructuur ook de werkingsmiddelen te geven om zo snel mogelijk te openen. Idem voor initiatieven die willen opstarten of uitbreiden met een investeringssubsidie van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA).

  • De infrastructuurnormen van Kind & Gezin worden gescreend op hun toepasbaarheid in Brussel.

 


Betaalbare kinderopvang, aangepast aan de Brusselse gezinnen

 

  • Kinderopvang ondersteunt ouders in hun opvoedingstaak. Schoolresultaten en taalkennis van de kinderen gaan erop vooruit. De levensstandaard van de gezinnen verhoogt doordat moeders kunnen werken. Het is dan ook zeer belangrijk dat kinderopvang betaalbaar is voor iedereen.

  • Gedurende het eerste levensjaar heeft elk kind vanaf zes maanden recht op één dag kosteloze kinderopvang per week. Vanaf het tweede levensjaar worden dat 2 dagen kosteloze kinderopvang per week. We verlagen bovendien de algemene kostprijs door alle kinderopvangplaatsen inkomensgerelateerd te maken. We verlagen opnieuw de minimumtarieven voor kansen- en voorrangsgroepen en schrappen de bestaande respijtdagenregeling in geval van ziektedagen, gezinsverlof of uit noodzaak bij atypische werkuren.

  • De dekkingsgraad van betaalbare opvang in relatie tot de sociaaleconomische kenmerken van een wijk blijft een duidelijk criterium bij de toekenning van nieuwe kinderopvangplaatsen, bijvoorbeeld bij de voorlopige financiering door de VGC of in het kader van de wijkcontracten.

  • In de kinderopvang voorzien we gezonde en duurzame (biologisch) maaltijden. Dit draagt bij tot de ontwikkeling van de kinderen en tot gelijke kansen.
     

  • We ondersteunen de zelfstandige kinderdagverblijven en onthaalouders om met hun volledige capaciteit toe te treden tot het IKG-systeem (inkomensgerelateerde kinderopvang).
     

  • Voor veel ouders zijn de traditionele opvanguren (9 tot 5) niet aangepast aan hun situatie: ze werken halftijds, ’s nachts of onregelmatig, volgen opleidingen, gaan solliciteren, etc. Brussel heeft daarom een specifieke behoefte aan occasionele en flexibele kinderopvang overdag en ’s nachts. We moeten dat aanbod beter in kaart brengen en uitbreiden, met specifieke aandacht voor éénoudergezinnen. Ook voor ouders van zieke kinderen dient voldoende opvang en thuisoppas aanwezig te zijn. Hiervoor gaan we nieuwe initiatieven op wijkniveau ontwikkelen.
     

  • We versterken de huizen voor het kind en initiatieven rond opvoedingsondersteuning zoals Dienstencentrum voor het kind Nasci en de INLOOP-teams en opvangprojecten voor zieke kinderen.
     

  • Er zijn meer consultatiebureaus nodig in Brussel. Daarvoor moet er dringend een antwoord komen op de infrastructuurnoden van veel voorzieningen. Waar mogelijk worden de consultatiebureaus ingeschakeld in een Brede School traject.
     

  • In de Nederlandstalige kinderopvangvoorzieningen maken we tijd en ruimte voor het bevorderen van de Nederlandse taalontwikkeling. Er moeten voldoende plaatsen zijn, zodat kinderen die later naar het Nederlandstalig onderwijs doorstromen van in de wieg met het Nederlands in contact komen.

 

  • Tijdens de kinderopvang organiseren we op dezelfde locatie taallessen voor ouders. Zo stimuleren we het gebruik van het Nederlands buiten de crèche en meer ouderbetrokkenheid.
     

Werken in de kinderopvang

 

  • Om aan de huidige en toekomstige vraag te voldoen willen we zowel de opleiding als het beroep van begeleider in de kinderopvang aantrekkelijker maken. Veel vacatures geraken niet ingevuld en te weinig jongeren volgen de opleiding. Daarom maken we een opleidings- en tewerkstellingsplan op dat specifiek gericht is op kinderopvang. Het beroep begeleider in de kinderopvang wordt opgenomen in de lijst van Brusselse knelpuntberoepen waardoor de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) en Brusselse gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling (Actiris) een gerichte strategie kunnen opstellen om kinderverzorgers aan te werven. Indien nodig voorzien we ook taaltrajecten op de werkvloer om de begeleiders te ondersteunen.

  • We verhogen de kwaliteit van de opleidingen en promoten het beroep in samenwerking met de scholen. We benadrukken het grote maatschappelijke belang van de kinderopvang. Om het beroep aantrekkelijker te maken creëren we meer doorstroommogelijkheden. Zo kan een begeleider een bachelor halen of makkelijk aan het werk in het onderwijs of de jeugdbijstand. Actiris, de Brusselse Franstalige opleidingsdienst Bruxelles-Formation en VDAB Regionale Dienst Brussel (VDAB- RDB) stimuleren de omscholing van Brusselaars tot begeleider in de kinderopvang. Dit is eveneens een grote kans voor de vele nieuwkomers en kortgeschoolden om in te stappen in de arbeidsmarkt, in het bijzonder in het licht van de hoge werkloosheid bij vrouwen en alleenstaande moeders mits taallessen en andere vorming op de werkvloer.
     

  • We zorgen voor meer en beter opgeleide kinderbegeleiders in de kinderopvang: de ratio begeleider/kind brengen we van 1 op 8 naar 1 op 5 en we stellen meer bachelors te werk in de kinderopvang. We koppelen aan kinderopvang aan preventieve gezinsondersteuning door kinderopvanginitiatieven uit te bouwen tot ontmoetingsplaatsen voor ouders.
     

  • Correcte verloning van de begeleiders is noodzakelijk. Het beroep moet hierdoor aantrekkelijker worden.
     

Toegankelijkheid

 

  • In afwachting van het centraal loket (zie hoger), willen we de werking van het lokaal loket voor Nederlandstalige kinderopvang verbeteren en meer bekendheid geven. Er is nog onvoldoende zicht op het beheer van wachtlijsten door de kinderdagverblijven en ouders wenden zich nog te vaak rechtstreeks tot kinderdagverblijven omdat ze het gevoel hebben sneller een plaats te vinden buiten het loket om. We willen een beter zicht krijgen op de reële behoeften, instellingen beter begeleiden bij het beheer van wachtlijsten en via het lokaal loket zoveel mogelijk ouders aan een plaats helpen. Alle Brusselse kinderdagverblijven worden daarom verplicht te werken met het lokaal loket. In de toekomst moet dit ook het enige systeem zijn om kinderopvang aan te vragen. Zo vermijden we meervoudige inschrijvingen, niet-transparante voorrangscriteria en dure inschrijvingswaarborgen.

 

  • Het loket voert daarnaast ook een centrale babysitdienst in, eventueel in samenwerking met de babydienst van de Gezinsbond, en werkt hiervoor samen met begeleiders van vrijetijdsinitiatieven zoals speelpleinen, jeugdbewegingen, studentenverenigingen, Brik, ... ook hier is opleiding dé hefboom voor kwaliteit.