©one.brussels

  • White Facebook Icon
  • White Twitter Icon

geëngageerde Brusselaars met

kwalitatieve huisvesting voor iedereen

Alle Brusselaars hebben recht op een gezonde en betaalbare woning in een kwaliteitsvolle leefomgeving. Als Brusselaars niet te veel moeten betalen voor een passende woning kunnen ze meer investeren in de opvoeding van hun kinderen, in een gezonde levensstijl, in ontspanning. Een goede woonkwaliteit betekent meer levenskwaliteit. Het is de taak van de overheid om tussen te komen waar de markt faalt bij het toegankelijk maken voor iedereen van een passende woning.
Om van Brussel een woonstad te maken, moeten we het kopen van een woning aanmoedigen en sturen in de huurmarkt. De huidige woonmaatregelen – zoals het abattement of de energiepremies – zijn er vooral voor bewoners die ook eigenaar zijn. We moeten de drempel blijven verlagen om een woning te verschaffen. Maar tegelijk moeten we de 60 % huurders in Brussel – waarvan velen moeilijk rondkomen – veel meer ondersteunen dan vandaag het geval is. Wij willen een woonbeleid dat meer rekening houdt met het grote aantal huurders, eigen aan een grootstad.
Om levenslang te kunnen wonen in onze stad moet het woonbeleid aangepast zijn aan de woonwens in elke fase van het leven. Van appartement naar huis en terug, van huren naar kopen, van kot over intergenerationele woning tot collectieve woning. Flexibel wonen hoort bij de stad.
De strijd tegen leegstand moet tenslotte een absolute prioriteit zijn van het woonbeleid. Het is onaanvaardbaar dat in een stad met zo’n hoge woningnood meer dan 30.000 woningen (naar schatting) gewoon leeg staan.

Sociale en openbare huisvesting

  • Het recht op betaalbaar wonen in de stad wordt mede mogelijk gemaakt door een groot aanbod publieke woningen dat door de overheid worden gebouwd of beheerd. De kwaliteit ervan mag niet verschillen van een bescheiden privéwoning.

  • Er komt één huisvestingsmaatschappij met wijkgerichte diensten. Citydev wordt opgesplitst in een ontwikkelingsmaatschappij en een huisvestingsmaatschappij die fuseert met de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij BGHM. Zo is er één gewestelijke instelling voor zowel middenklasse woningen als sociale woningen. De BGHM wordt dé Brusselse actor inzake het ontwikkelen en renoveren van publieke betaalbare woningen en het aansturen van de verschillende huisvestingsactoren: grondregies, Woningfonds, OVM’s, SVK’s. Op wijkniveau komen er lokale Woonwinkels die informeren over woon- en energiepremies en helpen bij de aankoop of huur van woning. Door middenklasse en sociale woningen onder één actor te steken kunnen er gemakkelijker gemengde projecten gerealiseerd worden en stuit men op minder verzet bij de gemeenten.

  • Wij pleiten dus voor een grotere centralisatie van het beleid inzake sociale woningbouw, waarbij de Brusselse huisvestingsmaatschappij de regie voert, maar de dienstverlening (sociaal en infrastructureel) in elke woonwijk gedecentraliseerd wordt. Klachten van bewoners over hun huisvesting moeten binnen de week beantwoord worden. Er worden nieuwe experimenten gestimuleerd met coöperatieven waarbij het beleid van de wijk in handen komt van de buurten.

  • In 2025 moet elke gemeente 15 % betaalbare publieke woningen hebben. Dat zijn er in totaal 15.000 meer dan vandaag. 80 % van deze publieke woningen moeten sociale woningen zijn, voorbehouden voor gezinnen met een laag inkomen. De resterende 20 % zijn woningen voor gezinnen met een middeninkomen. Met een voldoende aanbod aan publieke woningen heeft de overheid impact op de markt. De huurprijzen worden getemperd en de overheid zet de standaard voor de kwaliteit van de huisvesting. Brussel heeft daarin nog een lange weg af te leggen. Ter vergelijking: Antwerpen telt 11 % sociale woningen, Nederland telt 36 % publieke woningen, het Brussels Gewest telt amper 9 % sociale woningen.

  • We realiseren de 15%-doelstelling voor betaalbare woningen tegen 2025. Een gemeente die dit niet bereikt, helpen we bij de bouw van woningen tot eind 2021 maar sanctioneren we ook vanaf 2022. Het Gewest kan dan in de plaats van de gemeente optreden en huisvestingsmaatschappijen een vergunning verlenen voor de bouw of de renovatie van betaalbare woningen. Een gemeente die beter doet, kan de extra publieke woningen verhuren aan middeninkomens.

  • Als het aanbod sociale woningen te klein is, moeten we de woningen zo efficiënt mogelijk laten bewonen. Uit cijfers blijkt dat veel sociale woningen eigenlijk te groot zijn geworden voor het aantal bewoners, de zogenaamde ‘bovenmatige woningen’. Veel heeft te maken met gewijzigde gezinssituaties. Kinderen groeien op en gaan het huis uit. Zo komen er kamers leeg te staan. In 2014 waren er 1675 woningen met twee of meer kamers op overschot. In 2015 steeg dat cijfer tot 2117. Daarnaast zijn er 6775 woningen met één kamer op overschot. Tijdig ingrijpen en kort op de bal spelen is de boodschap. We vergemakkelijken de overstap naar een andere woning. Meer transitwoningen en verhuispremies, ondersteuning en hulp bij het verhuizen.

  • Voor ouderen is een verhuis uit een bovenmatige woning minder evident. Daar wordt een overstap enkel overwogen wanneer een betere aangepaste woning beschikbaar is. We zetten ons in voor een begeleide overstap naar een meer aangepaste woning gekoppeld aan een betere toegang tot zorg.

  • We willen een vereenvoudiging en versnelling van de procedures voor de renovatie en bouw van sociale woningen. We maken werk van niet budgettaire maatregelen zoals een vereenvoudiging van procedures en vergunningen, om ervoor te zorgen dat nieuwe woningen effectief en op korte termijn verwezenlijkt kunnen worden.

  • Er komt een programma voor de renovatie van de oude sites en bij de nieuwbouw wordt een grote diversificatie doorgevoerd tussen types van woningen (van seniorenflats, over aangepast huisvesting voor gehandicapten tot woningen voor grote gezinnen). In ieder nieuw project wordt aandacht geven aan de integratie van ontmoetingsruimten, kinderopvang en buurtgezondheidsprojecten.

  • Grond is een schaars goed in Brussel. Openbare terreinen geschikt voor woningen worden niet verkocht aan private promotoren of privé-eigenaars. Het gewest en de BGHM blijven actief prospecteren om terreinen te verwerven en krijgen hiervoor de nodige middelen.

  • We zorgen voor een centraal inschrijvingssysteem voor wie in aanmerking komt voor een sociale woning. We creëren ook een online platform waar alle kandidaturen raadpleegbaar zijn door de kandidaathuurders. Een dergelijk systeem bestaat ook in Vlaanderen. Dan heeft de kandidaat o.a. een helder zicht over zijn plaats op de wachtlijst.

  • De controle op de Huisvestingscode moet opgevoerd worden op de Publieke woningen. Publieke woningen die niet meer voldoen aan de hygiëne en veiligheidsnormen die door de Brusselse huisvestingscode worden opgelegd moeten gerenoveerd worden en krijgen prioriteit. Tot dat de situatie is rechtgezet krijgen huurders een vermindering op hun huur.

  • De Sociale Verhuurkantoren vullen het tekort aan sociale woningen aan door private huizen en appartementen onder te verhuren aan mensen met een beperkt inkomen. We bouwen het aanbod verder uit.

  • De aankoop van woningen met een sociale lening of een woning bij Citydev moet betere monitoring krijgen. Een Brusselaar kan maar één keer een woning kopen met overheidsgeld. Er komt ook een verbod op de doorverkoop aan personen die al woning bezitten.

  • Zowel co-housingprojecten als het principe van gemeenschapsgrond dient ondersteund te worden. Wooncoöperaties maken betaalbaar wonen mogelijk. Gemeenschapsgrond (Community Land Trust of CLT) heft de speculatie op de grondprijs in de stad op. Deze initiatieven worden verder ondersteund. De nieuwbouwprojecten die gerealiseerd worden door CLT worden erkend als ‘projecten in het kader van het sociaal woonbeleid’ en kunnen genieten van 6% BTW in plaats van 21%.

  • We investeren in transitwoningen. Transitwoningen vermijden dat mensen – letterlijk – op straat komen na bijvoorbeeld een uithuiszetting of een onbewoonbaarverklaring. Op dit moment zijn er in Brussel ongeveer 500 transitwoningen. Ze zijn ook ongelijk verdeeld over het grondgebied. We zorgen dat voor meer transitwoningen en een coherent beleid.

  • Er wordt een sociale mix – ook tussen sociale koop- en huurwoningen – nagestreefd om de leefbaarheid van de sociale huisvesting te bevorderen. Sociale mix betekent ook dat sociale woningen worden gespreid over alle gemeenten, in functie van de beschikbare ruimte.
     

  • Om de gettovorming tegen te gaan en de diversifiëring van de sociale woonwijken te bevorderen wordt de beperking van de huurcontracten in de tijd afgeschaft. Deze beperking veroorzaakt grote woononzekerheid, maakt dat de huurders niet investeren in hun wijk (want straks moeten ze toch verhuizen).

Geschikte en betaalbare woningen voor huurders en kopers

 

  • Wij accepteren niet dat Brusselaars in mensonwaardige omstandigheden leven alleen maar omdat er in het verleden verkeerde politieke keuzes zijn gemaakt. Zolang de overheid de vraag naar betaalbare woningen niet kan inwilligen, moet er een budget voorzien worden om mensen te helpen de huur te betalen. De nieuwe veralgemeende huurtoelage moet worden vereenvoudigd en verder uitgebreid naar een groter doelpubliek en op een veel langer termijn kunnen toegekend worden.
     

  • In 2017 werd de woonbonus hervormt en vervangen door een verhoging van de korting op de registratierechten voor de enige eigen woning, het zogenaamde abattement. De voorwaarde is dat men gedurende vijf jaar gedomicilieerd blijft in de aangekochte woning. Een goede maatregel aangezien het de initiele kostprijs aanzienlijk doelt dalen. Maar het is tegelijk een erg rigide bepaling, al zeker voor jonge singles die een eerste starterswoning kopen. We onderzoeken hoe we meer flexibele vormen van de domicilie kunnen invoeren, zoals bijvoorbeeld de meeneembarheid van het abattement wanneer men woningen inwisselt binnen het gewest (zoals dat ook in Vlaanderen is voorzien).  

  • Bijna de helft van de gezinnen in de hoofdstad bestaat uit alleenstaanden. Ons woningsbestand en -beleid is daar vandaag niet op gericht. Er moeten meer goedkopere en kleinere woningen voor singels komen, zowel op de publieke als private markt. Tegelijk moet het gewestelijk beleid moderne woonvormen zoals samenhuizen en woongroepen faciliteren en ondersteunen.

  • We promoten de nieuwe tool van Brussel Huisvesting waar je indicatieve huurprijzen kan opzoeken per wijk in Brussel om het gebruik ervan aan te moedigen. We voorzien in een periodieke evaluatie van het instrument.
     

  • We pleiten voor de oprichting van een paritaire, onafhankelijke huurcommissie met rechtsprekende bevoegdheid. Deze commissie, samengesteld uit vertegenwoordigers van huurders en verhuurders, heeft als taak om op basis van het rooster van de referentiehuurprijzen uitspraak te doen over de huurprijs van de woning.
     

  • Wij willen af van de verplichting om een notaris te nemen (en betalen) bij de aankoop van een woning.

Kwalitatief en duurzaam wonen

  • Er komt een grootschalig isolatie programma voor private en publieke woningen. (Zie hoofdstuk Energie)
     

  • Verplichte invoering van het conformiteitsattest. De de verschillende rapporten van het Observatorium van de huurprijzen hebben op een objectieve basis aangetoond in welke delen van de stad de woningen in zeer slechte staat zijn. En dat is niet altijd in de centrumgemeenten. Daarom vragen we de invoering van het verplichte conformiteitsattest voor alle Brusselse huurwoningen. Inspiratie vinden we bij het Vlaamse systeem.
     

  • Een andere mogelijkheid is dat de Brusselse eigenaar op basis van vaststellingen door een technische specialist voor een termijn afhankelijk van de ouderdom van het gebouw (bijvoorbeeld vier jaar) een gelijkvormigheidsattest krijgt. Die technische controle kan samengaan met een nazicht van het energieverbruik van het gebouw.

  • Vandaag bestaat het EPB-certificaat al. Dat slaat op de energieprestatie van het vastgoed. Het is verplicht voor elk nieuw gebouw dat wordt verkocht of verhuurd. Maar voor bestaande gebouwen op de woonmarkt willen we die energieprestaties ook kennen. Voor zulke verschillende controles is er extra personeel nodig bij de gewestelijke en gemeentelijke instellingen. We houden ook een kadaster bij van de huurwoningen om precies te kunnen bepalen wie huurder en verhuurder is.
     

  • We integreren het conformiteitattest, het EPC, de verplichte registratie van het huurcontract en alle andere informatie die de overheid heeft over een woning, in één (digitale) woningpas. De registratie van de huurcontracten wordt geregionaliseerd. Een databank verzamelt objectieve informatie over huurwoningen (richthuurprijzen, geregistreerde contracten...), toegankelijk voor betrouwbare huurders en verhuurders.
     

  • Brusselaars kunnen in de toekomst huisjesmelkerij kosteloos melden. Elk dossier wordt doorgegeven aan het parket. De woonsector wordt betrokken bij de strijd tegen leegstand en huisjesmelkerij. Zij zijn de voelsprieten voor misbruik.
     

  • De controle op de naleving van de Huisvestingscode wordt opgevoerd. Aan een verhuurder die niet in orde is, stelt het Sociaal Verhuurkantoor renovatie voor binnen het SVK-systeem. Een huurwoning die slecht geïsoleerd is, krijgt een aanbod van een Sociaal Verhuurkantoor om de woning in beheer te nemen na renovatie.
     

  • Een gewestelijke databank wordt opgericht en linkt geregistreerde huurcontracten, domicilies per adres en het kadaster aan elkaar. Op deze manier kunnen in een ééngezinswoning geen 10 families wonen zonder dat de overheid dit weet.
     

  • De middelen voor de verhuispremies (premies voor mensen die hun woning moeten verlaten wegens onbewoonbaarheid of onaangepastheid) worden verhoogd naargelang er meer slachtoffers zijn.

Leegstand bestrijden

  • Hoeveel woningen er precies leegstaan in Brussel valt niet te zeggen. Een systematische inventaris ontbreekt. Al 20 jaar wordt er over 15.000 à 30.000 leegstaande woningen gesproken op een totaal van 550.000. We versterken de gewestelijke cel leegstand met een extra cel inventarisatie van leegstand en huisjesmelkerij. Deze cel zal nauw samenwerken met de 19 gemeentes. Gemeentes worden verder financieel aangemoedigd om een kaart op te stellen waar alle leegstaande woningen zichtbaar zijn.
     

  • De meldingsplicht voor leegstand wordt ingevoerd. Niet de overheid moet op zoek gaan, maar de eigenaar dient zelf zijn gebouw aan te melden. Wie leegstand meldt, wordt geholpen en krijgt voordelen – zoals premies of hulp bij renovatie – bij het opstellen van een Contract naar Herbewoning. Wie leegstand niet meldt, betaalt een hoge meldingsboete.
     

  • Een leegstand-SVK wordt opgericht, dat is een Sociaal Verhuurkantoor dat zich specifiek richt op de strijd tegen leegstand en huisjesmelkerij. Het Openbaar Beheersrecht wordt toegepast door de leegstand-SVK en andere openbare besturen. De overheid neemt daarbij het beheer van de leegstaande woning over van de eigenaar, renoveert de woning en verhuurt die aan betaalbare prijzen.
     

  • Eén centrale databank beheert de leegstaande terreinen, woningen en kantoren, zowel openbaar als privé. Elk jaar wordt een stand van zaken opgemaakt via de leegstandbarometer. Een label voor beheerders van tijdelijke leegstand moet misbruik tegengaan.
     

  • Publieke leegstaande gebouwen die nog steeds in afwachting zijn van een definitieve bestemming moeten tijdelijk in gebruik kunnen worden gesteld door organisaties die zich met woonproblematieken bezighouden ( daklozenorganisatie, migrantenorganisaties, enz.) of voor jeugdactiviteiten en sociaal-artistieke projecten (Toestand VZW, Communa,...).
     

  • Eigenaars van leegstaande kantoorgebouwen worden aangemoedigd met premies en lagere stedenbouwkundige lasten om deze om te vormen naar woningen.

Discriminatie bestrijden op de woonmarkt

 

  • We versterken de praktijktesten op de Brusselse huisvestingsmarkt en breiden ze uit. Momenteel zijn proactieve tests niet mogelijk. Enkel de tests die door de inspectiediensten uitgevoerd worden, kunnen leiden tot administratieve sancties. In alle andere gevallen kunnen de tests ofwel gebruikt worden bij een gerechtelijke procedure of doorgestuurd worden aan de inspectiediensten.
     

  • We pleiten voor een systeem van "glijhuren", om discriminatie te voorkomen door het inschakelen van een tussenschakel. Een instantie (bv. een sociaal verhuurkantoor) fungeert als tussenpersoon. Die instantie kan woningen bij privé- eigenaars in huur nemen en ze toewijzen aan mensen die het risico lopen om gediscrimineerd te worden. Zodra de woning verhuurd is en de discriminatie dus onmogelijk is gemaakt, gaat de huurovereenkomst over van het verhuurkantoor naar de persoon in kwestie en wordt hij/zij effectief huurder door een klassieke huurovereenkomst met de eigenaar te tekenen. De tussenstap verkleint de kans op potentiële discriminatie.
     

  • De gewestelijke huisvestingsinspectie wordt versterkt om haar nieuw taak – het opsporen en sanctioneren van discriminatie op de huurmarkt – goed te kunnen vervullen.