©one.brussels

  • White Facebook Icon
  • White Twitter Icon

geëngageerde Brusselaars met

een dynamische economie

 

De Brusselse economie doet het goed en heeft enorm veel groeikansen. Zo worden er vandaag recordaantallen nieuwe ondernemingen opgestart in Brussel, meer dan in rest van het land.


Door plaatsgebrek, grondprijzen en mobiliteitsredenen zijn er ook heel wat bedrijven die Brussel verlaten. Het netto saldo blijft wel positief. Brussel blijft dus een sterke aantrekkingspool voor bedrijven en start-ups. Maar onze stad moet ook duidelijke keuzes maken. We moeten ons toespitsen op onze sterke punten en inzetten op clusters met veel groeipotentieel voor de stad: green-tech, circulaire economie, ICT sector, hospitality (toerisme-, horeca en eventsector) en de zorgsector. Dat betekent ook dat we meer moeten innoveren in deze sectoren.


Om te zorgen dat onze economie welvaart creëert voor alle Brusselaars moeten we ook iets doen aan de vele tegenstellingen. Samen verliezen we veel tijd en geld door eindeloze files. Nochtans is de stedelijke schaal van ons gewest uitermate geschikt om ecologisch te innoveren en een duurzame mobiliteit uit te bouwen.


Veel Brusselse wijken herleven. Maar de lokale economie heeft het moeilijk, de handelsdiversiteit verdwijnt en er is de opkomende concurrentie van mega shoppingcenters. Brussel heeft als centrum van Europa heel wat unique selling propositions, zeg maar: unieke troeven. Zoals haar diversiteit. Zo komt bijvoorbeeld één op de vijf starters uit het buitenland. Maar veel starters en kleine ondernemingen hebben moeite om door te groeien. De zeer kleine ondernemingen (minder dan vijf werknemers) vormen bijna 2/3 van het totale aantal bedrijven in Brussel, maar zijn slechts verantwoordelijk voor 6,3% van de tewerkstelling. Daar kunnen nog heel wat bijkomende jobs voor Brusselaars worden gecreëerd.


Om een duidelijke keuze door te duwen is een slagkrachtige overheid nodig. Helaas is dit in Brussel niet altijd het geval. De gemeenten en het gewest werken elkaar regelmatig tegen in projecten van strategisch belang. Denk maar aan de aanleg van de metro of het faciliteren en omkaderen van de uitrol van mobiele telefoonnetwerken. En hoewel het Gewest zelf een postzegel groot is, voert elke gemeente haar eigen aanvullend fiscaal beleid ten aanzien van het bedrijfsleven. Zo gaan we niet vooruit. Ook daar is one.brussels relevant.


We willen deze tegenstellingen overwinnen door een coherent en innovatief beleid dat de Brusselaars verbindt met het ondernemersklimaat, duurzaamheid verbindt met tewerkstelling, bedrijven verbindt met de stad door een vlotte mobiliteit. Vandaag is Brussel goed voor bijna 20 % van ons BBP maar plukken we daar de vruchten onvoldoende van. Dat moet anders.

Ondernemingszin stimuleren

  • Brussel moet ondernemers en zelfstandigen die een activiteit willen starten welkom heten. De één loket (zowel fysiek als online) functie van 1819 wordt verder uitgebouwd en verfijnd. Een ééngemaakt vergunningensysteem en digitale aanvragen zijn daarbij onontbeerlijk. De applicaties voor Mybee, Irisbox en My Actiris worden op elkaar afgestemd om het ‘only once’ principe te verzekeren, m.a.w. een ondernemer moet maar één keer alle gegevens invullen en geen dubbel werk doen.

  • We willen komaf maken met de veelheid aan gemeentelijke belastingen en taksen voor bedrijven en zelfstandigen (kantoorbelasting, gebruik openbare weg, reclame,...). De concurrentie tussen gemeenten is een race die niet te winnen valt. We schaffen de weinig transparante lokale belastingen voor bedrijven af. In de plaats voeren we eenduidige gewestelijke bedrijfsbelastingen in die aanzetten tot duurzaam ondernemen, zowel op ecologisch als op sociaal vlak. Daartoe sluiten het gewest en de gemeenten een fiscaal pact.

  • De Small Business Act (SBA), het eerste “kmo-plan” van het Gewest, wordt verder gezet en versterkt. Extra aandacht gaat naar maatregelen die het mogelijk maken om te groeien en op te schalen.

  • We werken de financieringsmogelijkheden van SBA voor jonge start-up bedrijven en kleine ondernemingen verder uit, in overleg met de privésector.

  • Krachten bundelen heeft grote impact, zeker voor zelfstandigen en ondernemers. Onder de noemer Samen Sterk in Brussel willen we initiatieven stimuleren om samen opslagruimte te huren, transport te delen, elektriciteit en gas aan te kopen, etc.

  • De parallelle economie vindt een gunstige voedingsbodem in onze stedelijke omgeving. We controleren streng op zwartwerk in Brussel en bestraffen systematisch sociale en fiscale fraude. De parallelle economie veroorzaakt oneerlijke concurrentie, biedt geen bescherming aan werknemers, noch sociale rechten of werkzekerheid. We pakken de werkgevers en de opdrachtgevers die zwartwerk toepassen aan, dankzij integratie van inspectiediensten.

  • Er is steeds minder industrie in Brussel. De maakindustrie is nochtans een belangrijke bron voor laaggeschoolde arbeid. We moeten opnieuw meer plaats maken voor de maakindustrie en deze verzoenen met de woonfunctie van de stad. De nieuwe regering implementeert de aanbevelingen uit het Brussels industrieplan.

Versterk de stedelijke kernen

 

  • De handel is in Brussel goed voor 58.000 arbeidsplaatsen, maar steeds meer klassieke bakkers of kruideniers en kleine zelfstandigen in de bredere dienstensector verdwijnen uit de wijken. De leefbaarheid én aantrekkingskracht van sommige wijken lijden hieronder. De handel moet op een slimmere en betere manier ingeplant worden in de stad. Met een brede strategie die inzet op de nieuwe tendensen van beleving en van kleinere en lokale handel.

  • Er komt een moratorium op de inplanting van nieuwe grootschalige shoppingscentra.

  • Het Brussels Agentschap voor de Ondernemers hub.brussels werkt handelsstadsvernieuwingsscontracten uit. Die stimuleren de diversiteit in handelsstraten. hub.brussels werkt daarbij een strategie en 60
    ondersteuningsinstrumenten uit voor een diverse commerciële ontwikkeling in een wijk. Ook hier zorgen we dat administratieve belemmeringen verdwijnen.

  • hub.brussels werkt een specifiek en innovatief ondersteuningsbeleid uit voor buurtwinkels mét voldoende aandacht voor de diversiteit van het handelsaanbod. Op die manier kunnen het dynamische en moderne buurtwinkels worden, die zelf inspelen op de sociologische evoluties en veranderende consumentenbehoeftes. Daarbij hoort ook een ondersteuningsaanbod voor nieuwe media en aanwezigheid op het internet.

  • De stadsvernieuwingscontracten moeten een sterkere economische dimensie krijgen. Een echte, duurzame heropleving van een wijk is pas mogelijk als er lokaal jobs en bedrijvigheid gecreëerd worden. Vandaag neemt nagenoeg elk van stadsverniewingscontracten een nieuwe crèche op. In de toekomst moet het even evident zijn dat elk wijkcontract instaat voor de bouw/vernieuwing van handelszaken, ateliers, markten, café’s, ...

  • Het nastreven van een gezonde handelsdiversiteit gaat hand in hand met de transformatie van de publieke ruimte, het creëren van voetgangerszones en stadsvernieuwing. De toegankelijkheid van de handelszaken blijft gewaarborgd tijdens openbare werken door efficiënt werfmanagement en duidelijke informatie voor de klanten. Het gewest helpt handelaars die door de wegwerkzaamheden in moeilijkheden komen met steun- en overbruggingskredieten. De afgelopen legislatuur werd de nieuwe ordonnantie ‘bouwplaatsen’ al ingevoerd: een vergoedingsmechanisme enkel voor ‘kleine’ handelszaken (handelszaken met minder dan tien VTE's) waarvan de bereikbaarheid ernstig wordt aangetast door de uitvoering van werken.

  • Het gewest moet ondernemers bijstaan in hun zoektocht naar geschikte ruimtes. Het gewest gaat actief op zoek naar leegstaande panden die geschikt zijn voor een commerciële invulling.

Economie over de grenzen

 

  • De economie stopt niet aan de grenzen van het gewest. De politieke organisatie moet zich aanpassen aan de socio-economische werkelijkheid: Brussel als wereldstad en haar omgeving vormen een functioneel geheel. Gewestoverschrijdende initiatieven zoals Brussels Metropolitan moeten de kunstmatige schotten en concurrentie tussen de gewesten overstijgen. Brusselaars moeten aangemoedigd worden om over de Gewestgrens naar werk te zoeken. Actiris, VDAB en Forem spelen daarom nog meer vacatures aan elkaar door.

  • We bestrijden het fileleed door een groter bereik en een hogere frequentie van het openbaar vervoer, en door het S-netwerk uit te bouwen. We zorgen dat werkgevers en werknemers geïntegreerde realtime informatie ter beschikking hebben over het beste traject: het snelste, het goedkoopste, het meest regelmatige (zie ook hoofdstuk mobiliteit).

  • Er komt een gedetailleerde analyse van de mobiliteitsverbindingen tussen de wijken (en zeker de wijken met hoge werkloosheid) naar tewerkstellingszones binnen en buiten het gewest.

  • Een te lange en te dure reisweg verhoogt de drempel naar werk. Het openbaar vervoer moet de tewerkstellingszones beter bedienen: meer haltes, hogere frequentie, ook op onregelmatige uren (nachtwerk). Tewerkstellingsdichtheid wordt een belangrijker criterium bij het uitbouwen van het openbaar vervoersnetwerk. We zetten ook het Cambio systeem in en breiden het systeem van collectieve taxi’s uit. Werkgevers kunnen een deel van die kosten op zich nemen. We promoten carpooling bij bedrijven door databases van medewerkers uit te wisselen en via online applicaties medewerkers met dezelfde bestemming aan elkaar te koppelen. Carpoolen wordt ook fiscaal interessant gemaakt via het mobiliteitsbudget.

Een duurzame economie

 

  • Door ecologische innovatie te ondersteunen trekken we innovatieve bedrijven aan, creëren we tewerkstelling en daalt de energiekost voor bedrijven. We ontwikkelen warmtenetten, hergebruiken stedelijk afval, installeren warmtekrachtkoppeling voor grote gebouwen. Er komen stedelijke windmolenparken. (zie ook hoofdstuk energie)

  • Om te zorgen dat de gecreëerde werkgelegenheid ingevuld worden door Brusselse installateurs, technici, bouwvakkers... voorzien we voldoende aangepaste opleidingen. (zie ook hoofdstuk energie)

Toerisme, horeca, citymarketing

  • Toerisme en cultuur vertegenwoordigen 11,9% van de jobs in het Brussels Gewest. Maar dat zouden er nog veel meer kunnen zijn, onze stad benut haar toeristisch potentieel onvoldoende. Brussel moet trots zijn en haar troeven uitspelen. Indien we hierin slagen betekent dat dubbele winst: een toename voor niet-delokaliseerbare jobs en werkgelegenheid voor laaggeschoolden.

  • Visit.Brussels en Brussels Major Events komen onder dezelfde structuur, ook de gemeentelijke toeristische diensten gaan op in het gewestelijk beleid. Toeristen die Brussel binnenkomen vinden alle informatie op één herkenbare en centrale plek, eventueel aangevuld met lokale antennes (Heizel, Flagey, Europese wijk, ...).

  • De nieuwe sectorale cluster hospitality.brussels wordt verder ondersteund en uitgebouwd.

  • We gaan voor een verantwoord en duurzaam stedelijk toerisme. Dat betekent dat we in de mate van het mogelijke toerisme spreiden en daarbij de druk verlichten op drukbezochte gebieden. We zetten minder bekende toeristische troeven van Brussel buiten het hypercentrum in het licht: de art nouveau wijken, de stedelijke bossen, de mogelijkheden voor recreatief lopen en fietsen, de interbellumwijken, de minder bekende musea, ... Dat betekent ook inclusieve groei, waarbij iedereen in de stad kan meedelen in de groeiende kansen die toerisme biedt.

  • Brussel kent enkele sterke niches in haar toeristisch aanbod, zoals bijvoorbeeld het LGTB-toerisme of het congrestoerisme. Dit kan nog veel sterker uitgespeeld worden. Daarnaast heeft Brussel het potentieel om niches uit te bouwen op gebied van het culinair toerisme en het nachtleven. Een niche om meer op in te spelen is ‘teambuilding’. Het aanbod teambuilding in Brussel is nog te klein. Bedrijven, verenigingen, vriendengroepen zijn steeds vaker op zoek naar een pakket met leuke activiteiten waarbij ze tegelijk een regio leren kennen. Die ervaring kan bijdragen tot een positief imago voor onze stad. Tegelijk is het een bijdrage aan de Brusselse economie.

  • Brussel is al enkele jaren op rij de eerste bestemming voor congressen van internationale verenigingen. Grote evenementen moeten ook een meerwaarde zijn voor de lokale economie. De toeristische dienst coördineert daarom de participatie van lokale handelaars. Een groeiend congrestoerisme kan veel (laaggeschoolde) tewerkstelling creëren in toeleveringsbedrijven.

  • Er zijn voldoende overnachtingsmogelijkheden nodig voor elk publiek. Het aanbod van hotels (betaalbare én van een hogere prijsklasse), jeugdherbergen, bed and breakfasts en campings moet worden uitgebreid en in kaart gebracht. Toeristische diensten en internetzuilen moeten een overzicht van beschikbare plaatsen aanbieden.

  • Het regelgevend kader voor Airbnb wordt herzien. We maken een onderscheid tussen occasionele en commerciële verhuur. Om de krappe woningmarkt te beschermen komt er een verbod op het permanent verhuren van een volledige woning of appartement. Alle logies moeten zich registreren bij Visit Brussels en een toeristentaks betalen.

  • Brussel moet “toegankelijker” worden gemaakt voor toeristen. De musea zouden later en vaker open moeten zijn, er moet één meertalig toeristisch magazine (genre “Time Out in Brussel”) in grote oplage worden verdeeld (in hotels etc...), toeristische trekpleisters moeten in het weekend geopend worden voor het publiek (bv. het Justitiepaleis, ...). Het Park van Laken stellen we open voor het publiek. De Koninklijke serres worden vaker opengesteld.

  • Brussel wordt in Vlaanderen en Wallonië actief gepromoot als dichtstbijzijnde citytrip.

  • In het buitenland zorgen de gewesten steeds voor een nauwe samenwerking inzake toeristische promotie, bij voorkeur door gezamenlijke huisvesting.

Innovatieve economie

 

  • Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft alle troeven in handen om als een echte kennisregio te schitteren. Het Gewest telt meer studenten en instellingen voor hoger onderwijs dan eender welke Belgische stad. Eén derde van de technologische start-ups in ons land bevindt zich in het Brussels Gewest. Toch staat Brussel niet meteen gekend als een innovatie hub. Brussel moet haar troeven uitspelen en sterker inzetten op de creatie en ondersteuning van innovatie-ecosystemen tussen overheid, bedrijven en onderwijsinstellingen.

  •  

  • We verhogen het budget voor innovatiesteun aan bedrijven tot minstens het niveau van de andere gewesten. Brussel moet eindelijk werk maken van de Europese doelstelling om 3% van het regionaal product in onderzoek & ontwikkeling te investeren. Het beleid ter ondersteuning van de industriële ontwikkeling moet zich prioritair richten (‘top down benadering’) op die sectoren die een lange termijn duurzame economie voor ogen hebben.

  • We geven overheidssteun minder als pure investeringssteun of subsidie maar meer onder de vorm van participaties in een brede waaier van innovatieve start-ups en projectvennootschappen. Zo keert een soort “maatschappelijk innovatie dividend” naar de maatschappij terug. Brussel blijft inzetten op brede en inclusieve vormen van innovatie, iedereen moet de kans krijgen om aansluiting te vinden. In de wijken wordt er verder geïnvesteerd in initiatieven die innovatie toegankelijker moeten maken, zoals fablabs en coding schools.

  • Het innovatie-instrumentarium ter ondersteuning van de KMO’s wordt verder uitgebouwd.

  • Overheden lopen vaak achterop in innovatie. Bedrijven zijn doorgaans sneller mee, maar die werken vaak met een CTO (chief technology officer), iemand die bepaalt wat op korte en lange termijn de consequenties kunnen zijn van technologische ontwikkeling op de investeringen en strategische koers van de onderneming. De overheid zou dit ook moeten doen. Welke kansen bieden technologie en innovatie voor stedelijke overheden? Hoe omgaan met de impact en soms onwenselijke effecten van nieuwe technologieën? Wat bijvoorbeeld te doen met big data en de deel- en platformeconomie? In navolging van Amsterdam stelt Brussel een CTO aan die antwoorden moet formuleren op deze uitdagingen. In samenwerking met andere overheidsdiensten zet hij innovatieve projecten op en kijkt zij of hij hoe de praktijken en de dienstverlening van de overheid kan verbeteren. 

  • De deeleconomie is in volle opmars en de opportuniteiten lijken onbeperkt. Maar het fenomeen brengt soms ook een aantal negatieve aspecten met zich mee. De overheid loopt achter de feiten aan. Het gewest werkt aan een regelgevend kader voor de platform- en deeleconomie. Dit kader moet als basis dienen voor wat we willen aanmoedigen en ondersteunen; wat we willen reguleren; en wat verboden moet worden.

  • De ICT-sector groeit sterk en staat nu al in voor 71% van de tewerkstelling in de technologische industrie. ICT vormt een belangrijke motor voor de Brusselse productiviteit en haar concurrentievermogen. Zonder ICT geen innovatie, of het nu gaat om duurzame mobiliteits-oplossingen (realtime info), de boomende sociale media- en app economie, ‘smart city’ bestuur (apps, digitalisering aanvragen,...), ondersteuning van bedrijven of digitalisering van de gezondheidszorg. Maar Brussel kampt momenteel met een tekort aan geschoold ICT-personeel. We schakelen een
    versnelling hoger bij de uitbouw van het nieuwe ICT-opleidingscentrum aan Delta.

  • Kennis voedt de stad. Er verblijven te weinig studenten op kot waardoor ze geen band met de stad opbouwen en de kans daalt dat ze hier na hun studies blijven. Daarom komt er meer studentenhuisvesting (zie ook hoofdstuk jeugd). We stimuleren samenwerking tussen de hoger onderwijsinstellingen. Brussel verleent haar steun aan de plannen om in de voormalige rijkswachtkazernes van Etterbeek de universitaire pool verder te ontwikkelen. Wij volgen ook de piste om in de rijkswachtkazernes van Etterbeek in een volgende fase gedeelde werkateliers uit te bouwen voor het secundair onderwijs en de universiteit. Op dezelfde site zouden de overige gebouwen kunnen omgebouwd worden tot een nieuwe secundaire (NL) school die de focus legt op STEM en talen. Dit moet de wisselwerking tussen het secundair onderwijs en de universiteit versterken: voor leerlingen en voor docenten.
     

  • We organiseren instapkantoren en gezamenlijke werkplekken waar startende ondernemers tegen verlaagde prijzen hun carrière in Brussel kunnen starten. We zoeken laatstejaars in het hoger onderwijs op om hen te informeren over de mogelijkheden en voordelen van Brussel.
     

  • We maken van sociale innovatie een prioriteit. Initiatieven op de werkvloer waarbij werknemers meer inspraak en verantwoordelijkheid krijgen bevorderen niet alleen de relatie met de werkgever, maar geven ook ‘ownership’ en leiden tot betere prestaties.
     

  • Er komt een Sociale Innovatiefabriek voor Brussel waarbij sociaal ondernemerschap gestimuleerd wordt. Maatschappelijke problematieken zoals armoede, inclusie van werkloze kansengroepen of uitdagingen als vergrijzing en verstedelijking worden door KMO’s aangepakt met actieve steun van de overheid. Innovatiesteun mag zich niet beperken tot hoogtechnologische sectoren. Door in te zetten op maatschappelijke uitdagingen nodigen we iedereen uit mee te innoveren, ook en misschien wel vooral de zorgsector.

Brussel hoofdstad van Europa

 

  • Als Brussel een echte kosmopolitische regio wil worden moet Europa deel van Brussel worden en Brussel deel van Europa. We willen meer wisselwerking met buitenlandse Brusselaars die hier tijdelijk wonen (expats), het gewestelijk bestuur en de Europese instellingen.

  • Brussel moet de vitrine, het visitekaartje van de EU worden, een trekpleister bij zowel toeristen als bewoners. Onze expats en vele bezoekende zakenlui/congreslui schakelen we in als “ambassadeurs” voor een internationale mond-tot-mond promotie. We wensen dat veel jongeren de Europese hoofdstad komen bezoeken. Daarom hervormen we de manier waarop die bezoeken vandaag geregeld worden.

  • Het verbindingsbureau Brussel-Europa (commissioner.brussels) moet – naast het budget dat zijn structurele subsidie die de personeelsonkosten dekt – een vast actiebudget krijgen om op lange termijn activiteiten en campagnes te ontwikkelen die ervoor zorgen dat de Europese expats nauwer betrokken worden bij Brussel en de Brusselaars zich meer betrokken voelen bij het Europese statuut van hun stad. We werken een gewestelijk onthaalbeleid uit voor de expats die in Brussel terecht komen om hen wegwijs te maken in de geschiedenis, de talen, de buurten, de culturen, de evenementen, de gebruiken, etc. Zodat ze van heel Brussel gaan houden. Het verbindingsbureau is proactief en gaat lokale samenwerkingen aan, bijvoorbeeld met lokale bibliotheken om een onthaalbeleid uit te werken.

  • We willen ook meer wisselwerking op bestuurlijk vlak. Er komt één gewestelijk aanspreekpunt voor de Europese instellingen voor alle problemen die met de vestigingspolitiek te maken hebben. Dat houdt ook in dat er een gewestelijke strategie komt, opgesteld samen met de instellingen, over hun verdere uitbreiding en ontwikkeling van ons gewest. De gemeenten worden betrokken, maar finaal heeft het Gewest het laatste woord. Wij wensen ook overleg met de Internationale instellingen met betrekking tot de financiering van het gewest. De internationale ambtenaren hebben een bijzonder statuut waarbij zij een eigen sociale bescherming en fiscaliteit genieten en dus niet bijdragen aan de herverdelingsmechanismen in ons land. Naar analogie met de “dode hand” met de federale overheid, in de sector van de onroerende voorheffing, willen wij met het Europese en internationale beleidsniveau gesprekken aangaan over hun bijdrage aan de sociale, gezondheids- en zorgsystemen die wij in ons gewest ook voor hun mensen aanbieden